Het Belgische wagenpark is steeds meer aan het verdieselen, vooral door het grote aantal bedrijfswagens dat in het verkeer wordt gebracht. Die zijn vrijwel altijd uitgerust met een dieselmotor. Maar ook de particuliere automobilist kiest in ons land steeds meer voor diesel, ook als hij een compacte auto of zelfs een klein stadswagentje koopt en relatief weinig kilometers aflegt. Daardoor is tegenwoordig zo'n 75 procent van het Belgische wagenpark uitgerust met een dieselmotor.
Benzine of diesel?
Benzine is bij ons te verkrijgen in twee vormen: met octaangetal 95 en 98. Elke benzinewagen rijdt zonder problemen op euro 95, maar met superplus 98 haalt u betere prestaties bij het optrekken en daalt het verbruik lichtjes. Voor sommige supersportieve modellen raadt de constructeur zelfs aan om altijd benzine met octaangetal 98 te tanken. Raadpleeg hiervoor de handleiding van uw auto of volg de instructies op de tankklep. In vergelijking met euro 95 is superplus 98 aan de pomp wel wat duurder.
Een dieselauto is bij aankoop in België gemiddeld 1.000 euro duurder dan dezelfde wagen met een vergelijkbare benzinemotor. Die meerprijs wordt gecompenseerd door een lager verbruik, een hogere herverkoopwaarde en een langere levensduur van de motor. Anderzijds is het onderhoud van een diesel wat duurder. Tot voor kort speelde ook de lagere brandstofprijs aan de pomp nog aanzienlijk in het voordeel van de zelfontbrander, maar nu diesel (bijna) even duur is geworden als benzine, geldt dat argument niet langer.
Het aantal kilometers dat u jaarlijks met uw auto rijdt, is de belangrijkste factor om te bepalen voor welk soort brandstof u best kiest. Toch laten veel mensen zich nog misleiden door de (iets) lagere dieselprijs aan de pomp. Wie jaarlijks minder dan 15.000 kilometer rijdt, maar ook wie vooral korte trajecten (minder dan 10 kilometer) in de stad aflegt, koopt beter geen diesel. Tijdens korte ritten komt de motor vaak niet op bedrijfstemperatuur en als gevolg daarvan hebben de mechanische onderdelen van een dieselmotor, zoals de turbo of de roetfilter, een kortere levensduur.
Groene brandstoffen
Lpg staat voor "liquified petroleum gas" of autogas. Het wordt in vloeibare vorm opgeslagen in een tank in de koffer en als gas (of sinds kort ook vloeibaar) in de motor gebracht. Bij de verbranding komen minder schadelijke stoffen vrij, waardoor lpg de meest "groene" fossiele brandstof is. Het meerverbruik (ongeveer 10 procent) en de installatiekosten van ongeveer 2.000 euro zijn relatief snel terugverdiend, gezien de prijs aan de pomp voor een liter lpg. Let wel, niet overal wordt autogas verdeeld (in sommige Europese landen zijn zelfs amper lpg-stations te vinden), de koppelingen kunnen verschillen van land tot land (neem dus een adapter mee als u op reis vertrekt) en door de droge verbranding slijten sommige motoronderdelen sneller. Om dat fenomeen tegen te gaan kunt u af en toe overschakelen op benzine om de onderdelen te smeren.
Biobrandstoffen zoals biodiesel of bio-ethanol zijn een recente ontwikkeling om een alternatief te bieden voor fossiele brandstoffen. Biodiesel wordt voornamelijk gewonnen uit plantaardige olie en wordt dan gemengd met gewone diesel. De verhouding bedraagt 95 procent diesel en 5 procent biodiesel. Analoog daarmee is er E85: een mengsel van 85 procent bio-ethanol en 15 procent benzine. De Europese Unie wil dat tegen 2010 5,75 procent van de brandstof biobrandstof is. Helaas is ons land op dat vlak een slechte leerling: brandstofmaatschappijen wachten nog altijd op toestemming van de overheid om E85 te mogen verdelen...
De gestegen vraag naar biobrandstoffen leidt echter tot hogere voedselprijzen voor gewassen die zowel voor voedsel als voor biobrandstof geproduceerd kunnen worden, zoals maïs en koolzaad voor biodiesel en suikerbiet en graan voor ethanol. Daarom wordt nu de nadruk gelegd op biobrandstoffen van de tweede generatie. Die worden gemaakt van afval in plaats van voedselgewassen. Helaas staat de technologie daarvoor nog in de kinderschoenen.
|