Statistisch gezien gebeuren op de snelweg het minste ongevallen. Maar als er dan toch iets gebeurt, is het gezien de hoge snelheden vaak indrukwekkend, met groot menselijk en stoffelijk leed tot gevolg. Vandaar het belang van een aangepaste rijstijl. Verder dreigt een lange rit soms eentonig te worden en is het dus noodzakelijk om regelmatig (om de twee uur) pauzes in te lassen. Het is misschien ook niet overbodig om te herhalen dat op de snelweg rechts moet worden gereden, behalve bij inhaalmanoeuvres of fileverkeer. Het is ook verboden om te rijden of te parkeren op de pechstrook, die enkel gebruikt mag worden in geval van een panne, ongeval of plotselinge ziekte.
De gouden regel op de autosnelweg is: voldoende afstand houden. Naast de eigenlijke remafstand moet u namelijk ook rekening houden met de reactietijd, waarin u algauw enkele tientallen meters aflegt. In de praktijk volstaat het om (bij droog weer) twee seconden tijdsverschil te rekenen ten opzichte van uw voorligger. Daarvoor kiest u een vast object uit (zoals een verlichtingspaal, brugpijler of wegmarkering) en begint u te tellen (1 seconde - 2 seconden) vanaf het moment waarop uw voorligger dit punt voorbijrijdt. Als u binnen die tijdspanne het vaste object niet gepasseerd bent, dan volstaat uw afstand. Andere voertuigen die voor u invoegen, kunnen deze oefening soms belemmeren, maar het loont de moeite om het toch te proberen...
Invoegen en inhalen
Het oprijden van de snelweg en er inhalen zijn twee riskante manoeuvres. Je met 70 km/h tussen het snelwegverkeer gooien is levensgevaarlijk en dus is het belangrijk om op de invoegstrook voldoende snelheid op te bouwen en op die manier vlot in te voegen. In ideale omstandigheden rij je dan een beetje sneller dan de vrachtwagens. Let wel: wie de autosnelweg oprijdt, heeft geen voorrang. Het kan dus nodig zijn om te vertragen om een voertuig te laten voorgaan alvorens zelf in te voegen.
Inhalen op de snelweg is gemakkelijker dan op andere wegen, want buiten eventuele spookrijders komt er geen verkeer uit de tegenovergestelde richting. Kijk in uw achteruitkijkspiegel vanaf het moment dat u een tragere bestuurder voor u opmerkt, schat het snelheidsverschil in en geef met uw richtingaanwijzer tijdig uw intentie aan. Vergeet niet om, voordat u van rijstrook verandert, de dode hoek te controleren. Voeg na het inhalen pas opnieuw in als u het andere voertuig in uw achteruikijkspiegel ziet, zodat u het niet de pas afsnijdt.
Uitvoegen en vertragen
De autosnelweg verlaten of een parkeerterrein oprijden is een ander manoeuvre dat soms fout uitgevoerd wordt. Rem niet op de snelweg zelf, maar vertraag bij het naderen van de afrit geleidelijk en houd vervolgens een snelheid aan die overeenkomt met die van de andere voertuigen op de rechterrijstrook (meestal vrachtwagens). De afstand die nog afgelegd moet worden, kunt u inschatten op basis van de verkeersborden (of uw navigatiesysteem). Geef ook hier tijdig uw intentie aan met behulp van uw richtingaanwijzers.
Begin pas te remmen wanneer u zich op de uitvoegstrook bevindt. Vergeet niet dat het op parkeerterreinen vaak verboden is om meer dan 50 km/h te rijden. Als de markering op het einde van een afrit u verplicht om te stoppen, kijk dan altijd in uw achteruitkijkspiegel. Een verstrooide of te snelle bestuurder zou op u kunnen inrijden. Zorg dus altijd voor een bufferruimte met uw voorligger, waardoor u nog een beetje naar voren of naar een andere rijstrook kunt opschuiven.
Als het verkeer plots vertraagt of stilstaat op de snelweg, verwittig dan de andere weggebruikers met uw waarschuwingsknipperlichten en laat uw voet op het rempedaal staan, zodat uw remlichten branden. Hou ook de situatie achter u in de gaten en voorzie in een veilige afstand met uw voorligger, die dienstdoet als bufferzone. Op die manier kunt u nog een klein beetje vooruit rijden of naar de pechstrook of de middenberm uitwijken als achterliggers niet snel genoeg zouden reageren.
In het buitenland en op de Autobahn
Rijgewoonten, verkeersregels en tolsystemen verschillen soms van land tot land. Eerst en vooral gelden soms andere maximumsnelheden en bestaan er beperkingen die samenhangen met het weer of de verkeerssituatie. Zo mag je in Frankrijk en Luxemburg bij regen niet sneller dan 110 km/h rijden. In Nederland en Duitsland worden grote delen van het wegennet voorzien van aanpasbare verkeersborden.
Terwijl het in sommige landen toegestaan is om met de richtingaanwijzer aan te geven dat je sneller bent dan je voorligger, wordt dat in andere als teken van agressie beschouwd en is het zelfs strafbaar door de wet. Dat geldt ook voor knipperen met de grootlichten. Het is dus raadzaam de gewoontes onderweg in de gaten te houden. Ten slotte heeft Frankrijk op 107.7 FM een radio-omroep die specifiek bestemd is voor gebruikers van (tol)snelwegen. Meerdere keren per uur, dag en nacht en in het Frans en het Engels, wordt in RDS informatie over het wegennet gegeven.
Rijden op de Duitse Autobahn vraagt een specifiek aangepaste rijstijl. Liefst 45 procent van het snelwegennet heeft namelijk geen permanente snelheidsbeperking, en u kunt er dus rustig meer dan 130 km/h rijden. Dat vergt wel bepaalde gewoonten en respect voor andere regels. Kijk dus op de Autobahn goed naar achteren voor u gaat inhalen en verkort de tijd van het inhalen door op de linkerrijstrook te versnellen. Pas bovendien op voor de vaak korte afritten.
Waar in Duitsland toch snelheidsbeperkingen worden aangegeven, moet u die zo goed mogelijk respecteren, want de "Polizei" is niet mild voor snelheidsovertredingen, met boetes tot 600 euro. Wees vooral voorzichtig bij wegwerkzaamheden. Ook het respect voor andere weggebruikers wordt door de Duitse politie nauwlettend in de gaten gehouden. Zo kan het niet respecteren van een veilige afstand een boete van 400 euro opleveren. Niet opnieuw rechts invoegen of ongepast met de lichten knipperen wordt eveneens streng bestraft. Bij het verlaten van Duitsland is het gezien de gewenning aan de snelheid aan te bevelen om snel een pauze in te lassen, zodat het ritme onderbroken wordt en u opnieuw vertrouwd kunt raken met 120 of 130 km/h te rijden.
De gevaren
Merkt u een spookrijder op, sla dan niet in paniek, maar vertraag en voeg onmiddellijk rechts in als hij uw richting uitkomt. Signaleer hem zijn onoplettendheid door met de lichten te knipperen - wanhoopsdaden niet te na gesproken is een spookrijder zich over het algemeen niet bewust van zijn vergissing. Zodra het gevaar geweken is, belt u onmiddellijk de politie (101 of het Europese nummer 112) en eventueel de verkeersinformatiedienst als u daarvan het nummer kent. Radio's die uitgerust zijn met een verkeersinformatiedienst, onderbreken overigens onmiddellijk hun programma's om spookrijders te melden. Het is dus van belang om op de snelweg de verkeersfunctie van het RDS aan te zetten, zelfs bij het beluisteren van een cd of van uw mp3-speler.
Sommige autobestuurders gedragen zich gevaarlijk op andere manieren: zonder reden links of op het middelste rijvak blijven rijden, zeer traag rijden of bumperkleven. Ga in dergelijke situaties niet zelf voor politieagent spelen, en reageer ook niet als een cowboy, maar laat de nodige ruimte of wees geduldig. Zelfs als u bij een eventuele aanrijding niet aansprakelijk zou zijn, loont het niet de moeite, want een botsing bij 120 km/h blijft nooit zonder gevolgen.
Opmerking: Raadpleeg onze artikels om te weten wat u in geval van pech of een ongeval moet doen.
|