Denk ‘Ferrari’ en ‘Speciale’ in één zin, en je denkt waarschijnlijk spontaan aan de 458 Speciale uit 2013, de laatste Ferrari met krijsende atmosferische middenmotor. Al past die auto eigenlijk in een bloedlijn van radicale berlinetta’s die al tien jaar eerder begon, bij de 360 Stradale (2003), en die via de 430 Scuderia (2007) en de 458 Speciale tot bij de 488 Pista (2017) liep.
Terwijl die laatste drukvoeding door het recept mengde, was de uitdaging voor de recente 296 Speciale nog wat groter. Ditmaal stonden de ingenieurs voor de opdracht om een hardcore variant af te leiden op basis van een hybride V6, tjokvol technologie.
De GTB, maar dan hardcore Ferrari 296 Speciale
Voor de Speciale vertrekken ze in Maranello van de 296 GTB, al wordt die basis helemaal vertimmerd om de prestaties te optimaliseren. Waarbij Ferrari net zoals vroeger aantoont dat een supersportieve uitdossing geen picknicktafel achter op de auto nodig heeft. Dat wil niet zeggen dat de 296 Speciale helemaal zonder achterspoiler door het leven gaat. Ferrari voorzag hem van de brede side wings van de 296 Challenge-racewagen, maar dan gecombineerd met de ranke verticale en horizontale vleugels van de FXX K-circuitauto.

De rechtopstaande elementen moeten daarbij de turbulenties verkleinen, de spoilers zorgen voor de nodige downforce. Tussen beide achterlichten, haast onzichtbaar, zit nog een mobiele vleugel. In combinatie met een specifieke splitter vooraan en diffusor achteraan, een opengewerkte motorkap, andere luchtinlaten, vortexgeneratoren en een vlakke bodemplaat zorgt dat alles samen bij 250 km/u voor een neerwaartse druk van 435 kilogram, of zowat 20 procent meer dan bij de 296 GTB.
Op een dieet van carbon en titanium Ferrari 296 Speciale
Daarnaast heeft Ferrari ook jacht gemaakt op de kilo’s. Door koolstofvezel en titanium te gebruiken en besparingen allerhande zet de Speciale 60 kilogram minder op de weegschaal dan de GTB: 1.410 kilogram in zijn lichtste configuratie. Nee, dat is nog geen Lotus Elise, maar die sleept dan ook geen biturbo-V6, geen elektromotor en geen hoogspanningsbatterij met zich mee.

Het koetswerk van de Speciale ligt 5 millimeter dichter bij de grond, en Ferrari claimt 13 procent minder rolneigingen, mede dankzij veren van titanium, gestuurde schokdempers en een anders afgestelde geometrie. Specifiek voor de Speciale ontwikkelde Michelin Pilot Sport Cup-rubbers in de maat 245/35 ZR 20 vooraan en 305/35 ZR 20 achteraan maken het arsenaal compleet.
Extra power Ferrari 296 Speciale
Achter in de Speciale ligt nog altijd de 2.992 cc grote biturbo-V6 met een V-hoek van 120 graden, gekoppeld aan een elektromotor die geïntegreerd werd tussen de verbrandingsmotor en de gerobotiseerde versnellingsbak met dubbele koppeling. Alleen zet die combinatie in de Speciale 880 pk op de achterwielen in plaats van 830, zoals bij de GTB. Die winst mag in de eerste plaats op het conto van de zescilinder, die 33 pk won en hier op zijn eentje zomaar even 700 pk ontwikkelt – waanzin voor een drieliter...

De motorbouwers hebben trouwens niet gewoon maar de turbodruk opgevoerd, ze hebben de V6 ook voorzien van drijfstangen van titanium, versterkte zuigers en een lichtere krukas. Daardoor weegt het blok zelf ongeveer 9 kilogram minder. De turbo’s (die nog altijd tussen de twee cilinderrijen liggen) werden 1,2 kilogram lichter. Net als bij de 499P uit het Wereldkampioenschap Endurance werd het carterhuis bijgeschaafd tot het strikte minimum om nog wat grammetjes te besparen, en zelfs de titanium uitlaatlijn draagt een steentje bij tot de gewichtswinst.
Snel, sneller, snelst Ferrari 296 Speciale
De axiale elektromotor ontwikkelt nu tot 180 pk (in plaats van 167) met de Extra Boost ingeschakeld. De Qualify-modus maakt het mogelijk om de batterijen tijdelijk intensiever aan te spreken. Het is duidelijk dat de elektromotor hier niet zomaar dient om de inertie van de turbo’s op te vangen of om wat grammetjes CO2 te besparen tijdens de homologatietests; hij levert een wezenlijke bijdrage aan het prestatiepotentieel.

En die prestaties zijn haast niet van deze wereld: van 0 tot 100 km/u in 2,8 seconden, van 0 tot 200 km/u in 7 seconden en een topsnelheid van meer dan 330 km/u. Over een volledig rondje Fiorano, Maranello’s thuiscircuit, levert dat een tijd op van 1 minuut 19 seconden, of bijna 2 seconden sneller dan een standaard-296 GTB.
Schop onder de kont Ferrari 296 Speciale
Interessanter is het karakter van de Speciale. De elektrische inbreng maakt komaf met zowat elke vorm van reactietijd, daarna nemen de turbo’s het over. De overweldigende schop onder je kont is daardoor ogenblikkelijk, om vervolgens niet meer te versagen. De elektrische torque fill-functie vangt daarnaast de dode momenten tijdens het schakelen bijna volledig op, zodat ook daar de inertie verdwijnt.

Voor gewone stervelingen grenst het aan het ongelooflijke. Bij lage toeren gromt de V6 vanuit de onderbuik, maar naarmate hij hoger in de toeren klimt, gaat zijn stem steeds luider, scheller en metaalachtiger klinken. Dat we elke verandering qua register haarfijn gewaarworden, komt omdat Ferrari voor de Speciale het aantal resonantieleidingen – speciaal gevormde leidingen die de motorklank recht vanuit het motorcompartiment naar de cabine voeren – heeft verdubbeld.
Klein, maar met karakter Ferrari 296 Speciale
Zoals iedereen houden ook wij fantastische herinneringen over aan die heerlijke 4,5-liter-V8 van 605 pk uit de 458 Speciale, die pas bij 9.000 o/m uitgezongen was. Maar het zou onterecht zijn om deze V6 daarom ‘inferieur’ te noemen. Ook deze kleinere krachtbron is een absoluut pareltje, dat niet voor niets de bijnaam ‘piccolo V12’ (of ‘kleine V12’) draagt. Maar het meest bevreemdende blijft toch de absolute stilte wanneer de 296 Speciale zich in elektrische modus voortbeweegt.

De tweede verrassing komt van de schokdemping. Gezien de ultrakleine veerwegen en snaarstrakke afstelling hadden we gevreesd iedere dwarsnaad en iedere asfaltkorrel tot in onze kleinste teen te kunnen voelen. Maar kijk, blijkbaar zit er toch nog genoeg leven in de ophanging opdat de auto niet van kassei naar kassei stuitert. Het feit dat deze supersporter nog enigszins inschikkelijk blijft, is volledig de verdienste van zijn gestuurde schokdempers. Daardoor blijven zijn gewrichten uitzonderlijk soepel voor een auto uit deze categorie, ondanks een merkbaar betere koetswerkcontrole dan bij de 296 GTB.
Ware marteltuigen Ferrari 296 Speciale
De met alcantara behangen koolfstofvezel kuipjes zien eruit als ware marteltuigen: ze zijn uit één stuk gemaakt – waardoor hun rug niet verstelbaar is – en zijn flinterdun. Desondanks zitten ze onze nochtans potige 1,87 meter als gegoten, en ook 600 kilometer later stappen we allesbehalve geradbraakt uit. De passagier is iets minder goed af, want de voetruimte houdt aan de rechterkant niet over.

Maar de 296 Speciale is zeker meer dan een auto voor egoïstische pleziertjes: de koffer is (net) voldoende groot voor een minitrip met zijn tweeën, en het interieur blijft beschaafd genoeg om ook langere ritten te kunnen overwegen. Alleen dat omslachtig vast te klikken vierpuntsharnas, dat ook nog eens je bewegingsvrijheid beperkt, komt wat roet in het eten strooien.
Scherp, scherper, scherpst Ferrari 296 Speciale
De meerwaarde van die 50 pk extra ten opzichte van een 296 GTB kun je op de openbare weg niet merken; daarvoor heb je een circuit nodig. Maar het verschil in bochtengedrag word je wél gewaar. De Speciale stuurt nóg alerter in dan de 296 GTB, met een levendigheid die ons weemoedig doet terugdenken aan vroegere tijden, toen auto’s standaard nog geen 2 ton wogen. Het stuur is subliem in zijn directheid en precisie: je zet de auto perfect waar je hem hebben wilt. Alsof de auto je gedachten kan lezen.

Links-rechtscombinaties rijgt de 296 Speciale aan elkaar met een haast intuïtief gemak, de achterkant volgt immer zonder morren: razendsnel, haarscherp en explosief. Ferrari heeft naar eigen zeggen in het bijzonder gewerkt op die polaire inertie, om deze versie nog spontaner om zijn verticale as te doen draaien. En dat werpt duidelijk zijn vruchten af: de 296 Speciale is zo buitengewoon wendbaar dat hij in een opeenvolging van S-bochten minder intimiderend overkomt dan sommige sportwagens met twee of drie keer minder pk.
De nieuwe Hamilton Ferrari 296 Speciale
Zelfs de Sport-modus volstaat al om je het gevoel te geven dat je de nieuwe Lewis Hamilton bent. De elektronische waakhonden laten de achterkant in dit rijprogramma net voldoende bewegen, en de Michelins vertalen alles wat zich onder de wielen afspeelt, met een zeldzame getrouwheid naar de bestuurder.
Uiteraard is dat alles alleen maar mogelijk bij de gratie van een arsenaal aan computers. Het ABS Evo controleert continu de slip van ieder wiel afzonderlijk en stuurt waar nodig bij via de remmen. En het SSC-systeem, dat destijds geïntroduceerd werd op de 458 Speciale en de drifthoek niet te groot laat worden, probeert volgens Ferrari zijn interventies af te stemmen op de intentie van de bestuurder.
Slimme remmen Ferrari 296 Speciale
Maar het beste van al: die systemen blijven altijd op de achtergrond. Van een kunstmatig gevoel of betutteling is geen sprake, zo geleidelijk grijpen die bewaarengelen in. De Speciale doet de grenzen tussen analoog en digitaal vervagen: de technologie staat ten dienste van de bestuurder, maar laten hem of haar voldoende vrijheid om maximaal van het potentieel van deze Italiaanse volbloed te kunnen genieten.

Weet ook dat de koolstof-ceramische remmen paraat staan wanneer het landschap in een waas voorbij begint te trekken. Waarbij we vooral gecharmeerd waren door de feeling in het pedaal: of je nu een noodstop maakt, of gewoon lichtjes wilt vertragen bij het ingaan van de bocht, het voelt allemaal even natuurlijk aan. De overgang tussen regeneratief en hydraulisch remmen komt op geen enkel ogenblik de communicatie tussen mens en machine verstoren.
Conclusie Ferrari 296 Speciale
Toegegeven, op voorhand waren we sceptisch over deze 296 Speciale. Een achterwielaandrijver van 880 pk temmen, moest je daarvoor niet Charles Leclerc heten? Neen, zo blijkt. Deze Ferrari is zodanig goed afgesteld dat hij de grootste sensaties binnen ieders bereik brengt, zonder klamme handjes.
Dit is in alle opzichten een droomauto, die net zo meeslepend is als zijn voorvader, de 458 Speciale. Oké, misschien niet op dezelfde manier: de 296 Speciale betovert minder door zijn klankenspel, maar des te meer door zijn weggedrag. Want dat is werkelijk speciaal.