Zich aanmelden

Met Facebook aanmelden

of

Uw informatie is niet correct.
Ik meld me aan Wachtwoord vergeten?
Uw Facebook-account is niet verbonden aan een account op de site. Schrijf je van tevoren in

Als u zich net hebt geregistreerd bij Facebook, laadt u de pagina over enkele ogenblikken opnieuw terwijl uw registratie volledig is geactiveerd.

Wachtwoord vergeten?

×
Mijn wachtwoord opnieuw instellen
Je ontvangt een e-mail voor het instellen van een nieuw wachtwoord.
Geen account gekoppeld aan dit e-mailadres

Nog geen account?
SCHRIJF JE GRATIS IN.

Economie / Stellantis sluit motorenfabriek in Douvrin

Geschreven door Steven Appelmans op 27-07-2026

Na meer dan een halve eeuw en ruim 40 miljoen geproduceerde motoren valt het doek over de historische Stellantis-site in Douvrin. De fabriek bouwde krachtbronnen voor tal van populaire modellen, zelfs de V6 van de DeLorean rolde er van de band.

Op 30 oktober 2026 stopt de motorenproductie in Douvrin definitief. Daarmee verdwijnt een van de historische industriële bolwerken van de Franse autosector. Op het hoogtepunt werkten er ongeveer 5.800 mensen. Vandaag zijn dat er nog een honderdtal.

Volgens Stellantis is de personeelsbezetting daardoor te klein geworden om de productie voort te zetten. De voorbije twaalf maanden werden 337 werknemers begeleid naar een andere functie, al dan niet binnen de groep. Zo ging een deel aan de slag bij ACC, de nabijgelegen batterijfabriek waarin Stellantis de belangrijkste aandeelhouder is.

Van Peugeot 104 tot DeLorean

De band in de Douvrin-fabriek ging een eerste keer aan het lopen in 1969. Toen nog onder de naam Française de Mécanique. Initieel was de faciliteit immers een gezamenlijk initiatief van Peugeot en de toenmalige Régie Renault. Waarbij bijkomende productiecapaciteit slechts een deel van het plan betrof. De fabriek diende eveneens nieuwe werkgelegenheid te creëren in een regio die zwaar werd getroffen door de teloorgang van de mijnbouw.

In de daaropvolgende vijftig jaar productie rolden er ruim 40 miljoen motoren van de band. Het bekendste blok is wellicht de PRV-V6, ontwikkeld door Peugeot, Renault en Volvo. Die zescilinder vond zijn weg naar verschillende Franse en Zweedse modellen, al verwierf hij vooral cultstatus als krachtbron van de DeLorean DMC-12.

Ook veel alledaagsere motoren kwamen uit Douvrin. Denk maar aan het D-blok voor de Renault Twingo en Clio, de X-motor voor de Peugeot 104 en 205 en molens voor bedrijfswagens zoals de Citroën C15.

Nu haalt Stellantis er nog (een deel van) zijn PureTech-motoren. Dat zijn inderdaad die 1,2 liter-driecilinders die de groep met een financiële kater - en gigantische garantiekosten - heeft opgezadeld (al werd de oorzaak - de knappende distributieriem - ondertussen wel vervangen door een betrouwbaardere ketting). Die productie verhuist naar Polen waar diezelde molen nu ook al wordt gemaakt. De opvolger van de PureTech zal dan weer het licht zien in de fabriek in Trémery.

Journalist AutoGids/AutoWereld

Nieuws

Aanbevolen nieuwsberichten