Samenvatting Stellantis-batterijwissel
- Hoofdbatterij krijgt eigen wielen en een verrijdbaar subframe
- Interessant voor bestelwagens en professionele vloten
- Eenvoudiger dan Nio? Minder infrastructuur, maar meer complexiteit in de auto
Snelladen gaat almaar sneller, maar voor wie zijn elektrische auto professioneel inzet, blijft elke minuut aan de laadpaal verloren tijd. Het Chinese Nio probeert dat probleem al jaren op te lossen met zogenaamde battery-swapstations, waar een lege batterij in enkele minuten automatisch wordt vervangen door een volle. Stellantis onderzoekt nu een opvallend alternatief, zo blijkt uit een nieuw patent.
1. Hoofdbatterij krijgt eigen wielen en een verrijdbaar subframe
Bij het systeem van Stellantis zit de grote tractiebatterij niet langer vast in de bodemstructuur van de auto. Het accupakket wordt gemonteerd op een scharnierend subframe dat bovendien over eigen wielen beschikt. In een wisselstation kan de lege batterij zo onder de auto vandaan rollen, waarna een opgeladen exemplaar zijn plaats inneemt.

Daarmee verschilt de aanpak duidelijk van die van Nio, waar een geautomatiseerde installatie de batterij langs onderen uit de auto haalt en opnieuw monteert. Stellantis wil bovendien dat de auto ook zonder zijn hoofdbatterij nog beperkt kan bewegen. Daarvoor voorziet het patent een kleine hulpbatterij of zelfs een generator, zodat de wagen bijvoorbeeld uit het wisselstation kan manoeuvreren terwijl de grote batterij ontbreekt.
2. Vooral interessant voor bestelwagens en professionele vloten
Voor gewone personenwagens lijkt zo'n systeem vooral technisch interessant, maar bij lichte bedrijfsvoertuigen wordt het plaatje een stuk relevanter. Stellantis heeft met onder meer de Peugeot Partner en Expert, Citroën Berlingo en Jumpy, Fiat Doblo en Ducato en Opel Combo en Vivaro een bijzonder breed bestelwagengamma. Voor koeriers, vaklui en andere professionele gebruikers betekent stilstaan aan een laadpaal rechtstreeks productiviteitsverlies.

Een batterijwissel kan een elektrische bestelwagen in theorie bijna continu inzetbaar houden. Bovendien zou het systeem toelaten om verschillende batterijformaten te gebruiken. Een kleiner en lichter pakket kan volstaan voor een stedelijke ronde, terwijl een grotere batterij kan worden gemonteerd wanneer meer rijbereik nodig is. Dat kan tegelijk helpen om het nuttige laadvermogen van een bestelwagen te vrijwaren.
3. Eenvoudiger dan Nio? Minder infrastructuur, maar meer complexiteit in de auto
Daar zit meteen het interessantste verschil met het systeem van Nio. De Chinese constructeur stopt veel technologie in het wisselstation zelf: robots maken de batterij los, halen ze uit de auto en plaatsen een opgeladen exemplaar terug. Stellantis lijkt een deel van die complexiteit naar het voertuig te verschuiven.

Doordat de batterij zelf kan rollen, zou het wisselstation eenvoudiger kunnen worden en mogelijk zonder zware ondergrondse robotinstallaties kunnen werken. Gratis is die vereenvoudiging natuurlijk niet. Een verrijdbaar batterijframe, extra vergrendelingen, wielen en een secundaire energiebron voegen gewicht, kostprijs en technische complexiteit toe aan de auto.
En zoals altijd bij een patent is het lang niet zeker dat het systeem ooit productierijp wordt. Het kan uitgroeien tot een praktische oplossing voor elektrische bedrijfswagens, maar even goed dienen om een interessant technisch idee juridisch af te schermen tegenover concurrenten zoals Nio.
