Zich aanmelden

Met Facebook aanmelden

of

Uw informatie is niet correct.
Ik meld me aan Wachtwoord vergeten?
Uw Facebook-account is niet verbonden aan een account op de site. Schrijf je van tevoren in

Als u zich net hebt geregistreerd bij Facebook, laadt u de pagina over enkele ogenblikken opnieuw terwijl uw registratie volledig is geactiveerd.

Wachtwoord vergeten?

×
Mijn wachtwoord opnieuw instellen
Je ontvangt een e-mail voor het instellen van een nieuw wachtwoord.
Geen account gekoppeld aan dit e-mailadres

Nog geen account?
SCHRIJF JE GRATIS IN.

Markt / Elektrificatie in twee snelheden: wanneer de sociale kloof de markt dicteert

Geschreven door Xavier Daffe op 26-02-2026

De auto wordt nog altijd gezien als een sociaal statussymbool, ook al evolueert die perceptie langzaam. Maar wat als de overstap naar elektrisch die “kloof” tussen wie het zich kan veroorloven en wie niet, verder uitdiept?

De Belgische automarkt, traditioneel pragmatisch van aard, bevindt zich in woelig water. Het ecologische ideaal botst er steeds vaker op de realiteit van de gezinsbudgetten. Terwijl Europa min of meer koers houdt richting een volledig elektrische toekomst, legt de jongste editie van Deloitte’s Global Automotive Consumer Study een groeiende sociale breuklijn bloot. In België lijkt de batterij-elektrische wagen (BEV) niet langer louter een technologische keuze, maar steeds meer een sociaal onderscheidingspunt.

De verbrandingsmotor als bastion van de lagere inkomens

De cijfers spreken voor zich en wijzen op een stagnatie die vragen oproept. In 2026 stijgt de koopintentie voor een volledig elektrische wagen in België nauwelijks: van 11 naar 12 procent op jaarbasis. Achter dat ogenschijnlijk stabiele gemiddelde gaat echter een uitgesproken inkomenskloof schuil.

Bij gezinnen met een jaarlijks inkomen onder 27.000 euro blijft de verbrandingsmotor de evidente keuze: 59 procent wil trouw blijven aan benzine of diesel, terwijl amper 6 procent de overstap naar elektrisch overweegt. Aan de andere kant van het spectrum plant één op vijf van de meest kapitaalkrachtige huishoudens (met een inkomen boven 48.100 euro) wél de sprong naar elektrificatie.

Die tweedeling houdt een reëel risico in: een energietransitie die niet verbindt, maar verdeelt. Zoals Aled Walker, Automotive Leader bij Deloitte Belgium, benadrukt, lijken de voordelen van elektrisch rijden – lagere gebruikskosten en toegang tot lage-emissiezones – vandaag vooral weggelegd voor wie financieel comfortabel zit.

Tweedehands: het begeerde, maar schaarse alternatief

Omdat 43 procent van de ondervraagden de nieuwprijzen te hoog vindt, verschuift de aandacht naar de tweedehandsmarkt. Bijna 37 procent van de Belgen geeft de voorkeur aan een occasiewagen, een aandeel dat bij 18- tot 34-jarigen zelfs oploopt tot 55 procent.

Maar daar wringt het schoentje: het aanbod aan tweedehands-BEV’s blijft beperkt en roept wantrouwen op. Twijfels over de levensduur van hoogspanningsbatterijen en de mogelijk hoge vervangingskosten vormen een aanzienlijke drempel, zeker voor wie weinig financiële speelruimte heeft.

In dat klimaat verliest merkentrouw terrein aan economische rationaliteit. Bijna de helft van de Belgische automobilisten rijdt vandaag met een ander merk dan voordien. Kwaliteit en prijs primeren, terwijl het merkimago voor slechts 16 procent van de kopers nog doorslaggevend is.

Technologische voorzichtigheid: software in dienst van duurzaamheid

De Belg toont zich niet alleen financieel voorzichtig, maar ook kritisch tegenover de toenemende digitalisering van de auto. In vergelijking met de buurlanden staan we het meest sceptisch tegenover zogeheten Software Defined Vehicles. Slechts 31 procent ziet er een reële meerwaarde in, en de interesse in geïntegreerde connected services blijft steken op 19 procent.

Er is wel belangstelling voor updates op afstand (Over The Air of OTA), maar dan vooral vanuit een functionele invalshoek: 43 procent ziet er een veiligheidsvoordeel in, 45 procent verwacht een langere levensduur van het voertuig. Software wordt dus in de eerste plaats beschouwd als een instrument voor duurzaamheid, niet als een gadget.

Tegelijk groeit de bezorgdheid rond privacy. Het gebruik van ingebouwde camera’s en biometrische gegevens baart bijna één Belg op twee zorgen.

De concessiehouder als vertrouwensanker

Ondanks de technologische omwenteling blijft het fysieke contactpunt cruciaal. Maar liefst 68 procent van de Belgen vertrouwt voor onderhoud en herstellingen nog altijd op een erkende concessiehouder. Die keuze is minder ingegeven door uitstraling dan door de behoefte aan transparantie en technische expertise.

In een autowereld die steeds complexer en duurder wordt, blijft de nood aan een betrouwbare gesprekspartner – iemand die een factuur kan toelichten en degelijk onderhoud garandeert – een fundamentele pijler van de klantbeleving.

(Bron: Global Automotive Consumer Study – Deloitte)

Hoofdredacteur Le Moniteur Automobile

Nieuws

Aanbevolen nieuwsberichten