Onder druk van stijgende kosten en de versnelde overstap naar elektrische mobiliteit onderzoekt Stellantis nieuwe manieren om zijn concurrentiepositie te versterken. Volgens verschillende bronnen zou de autogroep overwegen om in Europa vaker gebruik te maken van technologie van zijn Chinese partner Leapmotor.
Daarbij gaat het concreet om elektrische platforms, batterijen en software, die geïntegreerd zouden worden in toekomstige modellen van onder meer Opel en Alfa Romeo. Het doel is duidelijk: de ontwikkelings- en productiekosten van elektrische wagens verlagen en zo beter kunnen concurreren op de Europese EV-markt.
Belangrijke koerswijziging
Die strategie zou een belangrijke koerswijziging betekenen. Voor het eerst zou een grote westerse constructeur rechtstreeks steunen op een Chinese architectuur voor modellen bestemd voor Europa. In beperkte mate gebeurt dat vandaag al – bijvoorbeeld bij Mini, dat samenwerkt met een Chinese partner voor zijn elektrische modellen – maar niet op de schaal die Stellantis lijkt te overwegen.
Volkswagen en Audi werken eveneens samen met Chinese partners, maar dan voornamelijk voor voertuigen die bestemd zijn voor de Chinese markt zelf. Opel lijkt binnen deze nieuwe strategie in polepositie te staan. Tegen 2028 zou het merk een compacte elektrische SUV kunnen lanceren die nauw verwant is aan de Leapmotor B10 - beschikbaar als full EV én als Hybrid EV.
Made in Europe
Opvallend is dat deze modellen mogelijk in Europa gebouwd zullen worden, meer bepaald in de fabriek van Zaragoza in Spanje. Daar zou Leapmotor al vanaf 2026 productie opstarten, een zet die ook bedoeld is om Europese invoerheffingen op Chinese elektrische wagens te omzeilen. Het gaat dus niet louter om het herlabelen van bestaande modellen, maar om een bredere industriële samenwerking met lokale productie en gedeelde componenten.
Ook Alfa Romeo zou kunnen profiteren van deze samenwerking, vooral om meer betaalbare elektrische modellen te ontwikkelen. Dat is een cruciale uitdaging voor het Italiaanse merk, dat volop inzet op elektrificatie maar tegelijk zijn positionering moet behouden. Belangrijk detail: de toekomstige generaties van de Giulia en Stelvio blijven gebaseerd op het eigen STLA Large-platform van Stellantis en vallen dus buiten deze samenwerking.
Europese autobouwers onder druk
De toenadering tussen Stellantis en Leapmotor illustreert de groeiende druk op Europese autobouwers. Chinese merken slagen er steeds beter in om elektrische voertuigen goedkoper en sneller te ontwikkelen. Ook andere constructeurs zoeken daarom samenwerking: zo maakte Renault bijvoorbeeld gebruik van Chinese knowhow om de nieuwe Twingo E-Tech Electric in recordtijd te ontwikkelen.
Met Leapmotor beschikt Stellantis over een strategisch instrument om Europese industriële expertise te combineren met kostenefficiënte Chinese technologie. De vraag blijft echter hoe deze afhankelijkheid zal worden onthaald in Europa – en of ze effectief zal volstaan om merken als Opel en Alfa Romeo opnieuw competitief te maken in een snel evoluerende markt voor elektrische auto’s.