Laten we eerlijk zijn: het huidige BMW-gamma doet je soms duizelen, en niet om de juiste redenen. Tussen elektrische SUV’s van bijna drie ton – zoals de nieuwe iX5 – en karikaturale nieren lijkt het rijplezier verdronken in de Excel-tabellen van de boekhouders.
Nu de huidige Z4 in bijna algemene onverschilligheid afscheid neemt, is het hoog tijd om te reageren. We willen wind in het haar, een elleboog op de deur en een echte band met het asfalt.

Denk terug aan de originele Z1 uit 1989. Dat was niet zomaar een technologische etalage met deuren die in de dorpels wegzakten; het was een vrijheidsmanifest. De Z3 ging nog een stap verder door het concept te democratiseren met een goed gedoseerde retrotoets.
Vandaag zou de Z1 opnieuw tot leven wekken door de bril van de Neue Klasse geen stap achteruit zijn, maar een geweldig gebaar van verzet tegen de huidige politiek correcte autowereld.
Met het scalpel door het overtollige vet
Vergeet de gekwelde koetswerkplooien en nutteloze uitstulpingen van de recentste elektrische mastodonten van het merk. Onze renders tonen een roadster met een bijna brutale zuiverheid.
De lange, gespierde motorkap duikt agressief naar een verticale – maar verteerbare – herinterpretatie van de verlichte dubbele nier. De koplampen in de vorm van een Z met dubbele ledstrepen sluiten daar perfect bij aan.
Het ding is strak, laag en probeert niet op een smartphone op wielen te lijken.

De ultrazachte flanken doen het zonder zichtbare deurklinken – Chinezen houden toch niet van roadsters – en krijgen een klassieke stoffen kap. Een inklapbaar hard dak is immers ketterij.
Achteraan lopen de gespierde wielkasten breed uit, met daarboven fijne driedimensionale lichtblokken - scherp als scheermessen - die de weelderige achterzijde optisch lichter maken. Het is atletisch zonder vulgair te worden. Eindelijk is daar opnieuw die gedrongen houding en dat tijdloze profiel dat de charme van de roadsters van weleer bepaalde.
Ja, de wegzakkende deuren zijn verdwenen, geofferd op het altaar van veiligheid en industrieel pragmatisme, maar de naam Z1 blijft gerechtvaardigd door de compacte afmetingen en de zuivere lijn zonder retroconnotatie.
Pure achterwielaandrijving en een T-vormige architectuur
Technisch trekken we meteen de grenzen: geen zware en gevoelloze xDrive-vierwielaandrijving. Deze moderne Z1 moet een pure achterwielaandrijver blijven, een machine die komma’s op het asfalt tekent.
Voor de motoren vermijden we de volledig elektrische aanpak. We beginnen met een pittige viercilinder van 197 pk. Al is het uiteindelijk toch die de goddelijke 3,0 liter-zescilinder-in-lijn met mildhybridetechnologie en 340 pk die je hebben moet/wil. En ja, ook die zit gekoppeld aan een manuele zesbak.

Maar wat als Europa ons verplicht hem aan de stekker te hangen? Dan komt er geen dikke batterijplaat onder de vloer die de zithouding verhoogt en dit lage silhouet verpest. Om de lijn te redden zouden de ingenieurs een batterij op maat ontwerpen in T-vorm.
De cellen huizen dan op de plek waar normaal de versnellingsbak zit – in de middentunnel – en achter de stoelen. Dat optimaliseert het zwaartepunt, garandeert een gewichtsverdeling die een ballerina waardig is en houdt je achterwerk op enkele centimeters van het asfalt.
Als kers op de taart zou de compacte elektrische aandrijflijn onder de voorklep plaats vrijmaken voor een kleine frunk, ideaal voor een weekendtas zonder iets te moeten opofferen. Dromen mag, toch?
Renders: AutoGids/Gemini
