- Score redactie 15.85 /20
Dacia is door de jaren heen meester geworden in camouflagetechniek. Met de huidige generatie Sandero (Stepway) als ultiem voorbeeld. De materialen die het merk gebruikt voor het interieur, zijn anno 2026 namelijk nog altijd van de goedkope soort; alleen zie je dat louter nog in kleine details: deurbevestigingen, kofferklepbekleding, niet-beklede schroeven, enzovoort.
Kortom, dingen waar het gros van de klanten sowieso overheen kijkt. De onderdelen die wél in het oog springen, kregen een wat chiquere finishing touch. Zoals de blauwe strip die over de harde kunststoffen van het dashboard en de deurpanelen werd getrokken. Hetzelfde voor de koperkleurige accenten op de ventilatieroosters. Of de ‘metaalafwerking’ voor de aircoknoppen, de stuurspaken en het hendeltje van de automaat. Zelfs de nieuwe digitale tellerpartij speelt het spelletje mee, door de basic (maar complete) informatieweergave op te fleuren met wat kleur.
Ondermaats zitcomfort
Nu is die gevoelsmatige opwaardering evenwel niet overal even geslaagd. Zo blijft het zitcomfort van de stoelen ondermaats, ongeacht de zachte verpakking waarin ze worden geleverd. Er is evenmin veel overschot qua been- en hoofdruimte achterin, al valt onze initiële teleurstelling daar grotendeels te verklaren door een verwachtingspatroon dat niet werd ingelost. En dat was dan weer te wijten aan een verkeerde perceptie: zeker als Stepway ziet de Sandero er groter uit dan hij in werkelijkheid is.
Waardoor je dreigt te vergeten dat Dacia eigenlijk ‘maar’ 4 meter in de lengte – en een wielbasis van 2,6 meter – had om vier (in theorie vijf) inzittenden en hun bagage kwijt te kunnen. De gastank van de Eco-G-varianten neemt de plaats in van het reservewiel en heeft daardoor geen impact op het laadvolume. Dat blijft met 328 liter overtuigend voor deze klasse. Door de achterbank neer te klappen maak je daar iets meer dan 1.100 liter van.
In dit artikel : Dacia, Dacia Sandero Stepway , Dacia Sandero
