We wandelden van de nieuwe woonst van een vriend naar onze auto, een stuk verderop. Hij kocht een pand in Knokke. Geen appartement om de zomermaanden in door te brengen, maar een huis om echt in te wonen met zijn gezin. Inclusief een werkplaats om aan zijn auto's te sleutelen, want je herkent hem aan de olie onder zijn nagels en het smeer op zijn handen. Bij het klinken op de nieuwe uitvalsbasis lachten we met het luxesfeertje waarin hij zich voortaan moet begeven, met de golfkarretjes die er door de straten zoemen en de G-Klasses of Land Rovers die er talrijker zijn dan elders in België. Want je hebt natuurlijk een echte terreinwagen nodig om naar het strand te rijden. Stel dat je je vastrijdt op de Lippenslaan of verdwaalt in het Zoute, dat soort plaagstootjes. Mijn vrouw telt het aantal Defenders en komt handen tekort. Na anderhalve kilometer klopt ze af op 18 stuks.
Ik let vooral op de versies die we onderweg geparkeerd zien staan, want Knokke doet niet aan basismodelletjes. We spotten een Octa of twee, een Defender met Urban-make-over in koolstofvezel en eentje met knappe Dakar-striping. Ook op een accessoire meer of minder wordt zelden gekeken, van aangepaste velgen tot uitklapbare laddertjes en van met ledlampen getooide dakdragers tot zijdelings gemonteerde bagagebakken. Ze hebben één ding met elkaar gemeen, die Land Rovers: ze blinken stuk voor stuk als een spiegel.
Nu, ik zou ook twee keer nadenken vooraleer ik 'mijn' Defender door de blubber zou jagen. Zelfs het basismodelletje kost meer dan 70.000 euro, de exemplaren die we die avond in Knokke monsterden, flirten doorgaans met het dubbele. Dan hou je het liever netjes. Dan volstaat het te weten dat je terreinwagen over het 4x4-potentieel beschikt om continenten te doorkruisen zonder dat je dat daarom zelf hoeft te ontdekken. Hetzelfde kun je zeggen van een heleboel voor circuitgebruik ontwikkelde supersportwagens. Het is niet omdat je Porsche met Manthey-kit de Nordschleife kan ronden in minder dan 7 minuten, dat jij dat daarom zelf wilt proberen. Je parkeert je GT3 gewoon naast je Defender op de oprit en je villa oogt meteen een stuk beter: je mag gerust spullen kopen omdat je ze mooi vindt.
Je parkeert je GT3 gewoon naast je Defender op de oprit en je villa oogt meteen een stuk beter.
Het kan ook anders. Enkele weken na de housewarming in Knokke sta ik op een voormalig motorcrossparcours nabij Gent. Geen strakgestreken polo's en opgeblonken bootschoenen meer, maar geruite hemden en bottines. En wederom een wagenpark om U tegen te zeggen. Het mulle zand wordt er verder omgeploegd door Ranger Raptors, Land Cruisers en een Volkswagen Iltis. En uiteraard struikel je over de Defenders, zowel oud als nieuw. Het grasveld heeft iets van een festivalcamping, maar in de plaats van Decathlon-gooitentjes staan er een heleboel terreinwagens met fancy slaapconstructies op het dak van hun terreinspeeltje of boven de laadbak van hun pick-up. De stukken vlees sudderen op het open vuur en de koele pintjes maken de al wilde verhalen nog wat wilder. Kinderen rijden er rond op antiquads of spelen met radiogestuurde miniatuurversies van de wagens waarmee vader- of moederlief even verderop door de bagger ploetert. Is een strandbar in Knokke de viptent op Tomorrowland, dan is dit de moshpit op Rock Werchter.
Een ander soort feestje, maar opnieuw met de Defender in een hoofdrol. Alleen kleven ze hier vol modder. En hangen ze al eens op hun buik, amechtig op zoek naar grip die er niet langer is. Gelukkig staat er een kraan om de gestrande offroaders weer aan wal te trekken, want zelfs de bekwaamste terreinwagen stoot al eens op zijn limieten. Misschien is dat zelfs het mooiste: dat iedereen zich hier kan vastrijden. Dat je dan anderen nodig hebt om je weer te bevrijden. En dat is in Knokke niet anders.
Deze editoriaal verschijnt in AutoGids 1167 (oktober 2026)
