Mijn twaalf jaar oude Volkswagen Caddy en ik. Het basismodel, zwarte bumpers, een schijtlelijke kleur en wat krassen op het banale koetswerk, littekens uit een vorig leven bij de grootouders van mijn vrouw. Dan zie je ze kijken, soms zelfs licht meewarig knikken wanneer blikken elkaar kruisen. Alsof je niet alleen je auto, maar ook een levenskeuze moet verantwoorden. Het leven zoals het is: de autokeuring.
Iedereen heeft er stress, zo aanschuivend in de rij. Helemaal zeker ben je tenslotte nooit, zelfs niet met een recentere wagen met een bescheiden kilometerstand. Omdat iedereen wel iemand kent die om een onnozele reden met een rode kaart naar huis moest. Door een richtingaanwijzer die net niet enthousiast genoeg knipperde, of een obligate sticker die niet helemaal op de juiste plaats kleefde.
Ik heb het zelf ooit meegemaakt, met de Citroën BX van mijn vader. Waarom die afgekeurd was? Geen idee. Waarom hij een uur later, na een passage door de carwash, plots wél goedgekeurd werd? Nog minder. Dat soort verhalen zet de sfeer. Je gaat al zuchten en blazen voor je auto daadwerkelijk op controle moet.
Nu is er intussen van alles gedigitaliseerd. Geautomatiseerde toleranties, meetmachines die willekeur en nattevingerwerk onmogelijk maken. In theorie, toch; in de praktijk blijft het soms aanvoelen als een systeem waar rek op zit. Afhankelijk van de goesting van de dag, de stand van de sterren. Dat kan in je voordeel spelen, zeker als je met een getunede auto onderweg bent. Dan weet je welk keuringscentrum het meeste kans op succes biedt, soms zelfs wie je moet aanspreken om je wagen door de mazen van het net te loodsen.
‘Belgische folklore’, zeggen ze dan. Misschien is dat de reden waarom de Vlaamse regering met een hervorming komt aanzetten. Minister van Mobiliteit Annick De Ridder (N-VA) wil alles eenvoudiger maken en zet in op minder administratie en kortere wachttijden. De tweedehandskeuring verdwijnt, de frequentie gaat omlaag. Klinkt populair, want niemand staat graag aan te schuiven voor iets dat hij vreest en waarvan hij hoopt dat het snel voorbij is.
De autokeuring blijft aanvoelen als een systeem waar rek op zit. Afhankelijk van de goesting van de dag, de stand van de sterren.
Alleen: dat was ook nooit de bedoeling van de autokeuring. Die controle is er niet om de mensen dwars te zitten (hoe goed ze daar soms ook in slaagt), ze is er om te verifiëren of je auto nog veilig is. Of om te vermijden dat iemand een half wrak verkoopt als “perfect onderhouden, enkel op zondag mee gereden door de bomma”. In de toekomst zouden garages bovendien zelf keuringen mogen uitvoeren. Klinkt praktisch, efficiënt en klantvriendelijk. Alleen gaat de mens die je factuur opstelt voor een setje nieuwe remmen, nu ook beslissen of je oude nog voldoen. Dat klinkt als een businessmodel.
Begrijp me niet verkeerd. De huidige centra zijn geen tempels van klantvriendelijkheid. En sommige bestuurders gedragen er zich alsof ze persoonlijk verraden zijn door de samenleving. Dus ja, er was werk aan de winkel. Maar of dit dan de juiste richting is, daar mag je toch vragen bij stellen. Al was het maar om de 500 jobs die op de tocht staan. Misschien moet het debat ook wat breder gevoerd worden. Europees, bijvoorbeeld. Want een wagen die ergens anders volgens andere normen gekeurd wordt, rijdt hier zonder probleem rond.
Dat bedacht ik me allemaal terwijl ik in de rij stond. Zonder afspraak, want dat durf ik weleens te vergeten. Nu hoor ik niet te klagen, want er stonden slechts twee auto’s voor mij. De keuring was degelijk. Niet vriendelijk, niet onvriendelijk. De Caddy doorstond de beproeving met vlag en wimpel. Dan ga je niet jammeren, maar vertrek je opgelucht en opgewekt naar huis.
Dan probeer je de neiging te onderdrukken om trots met die groene kaart te zwaaien. Naar die man met zijn afgekeurde Model Y bijvoorbeeld – met een Tesla-rijder wil je geen ruzie. Die met de Xpeng die een opmerking had gekregen over zijn verblindende lichten, stond ook te vloeken. Ik probeerde niet te glimlachen, want misschien sta ik volgend jaar in hun schoenen. Of over twee jaar, hoe zat dat nu weer juist, Annick?