Mijn vader heeft niet langer de rug om aan oude auto’s of motoren te sleutelen, dus houdt hij zich tegenwoordig bezig met de bouw van modelwagens. Dat begon enkele jaren geleden met het netjes volgen van het bijgevoegde plannetje, maar intussen combineert hij verschillende sets en creëert hij speciale versies van op het eerste gezicht banale auto’s. Hij beperkt zich niet tot een bepaald tijdvak en schuwt speciale supercars noch racewagens. Toch komt hij vaak uit bij de modellen die hij ooit zelf bezat. Nu had ik graag verteld dat de pater familias van de familie Janssens in de jaren 70 en 80 met een 911 of een Testarossa onderweg was, maar in werkelijkheid ging het achtereenvolgens om een Mini en enkele 2 PK’s. De snel aangroeiende modelbouwcollectie van vaderlief telt dan ook verschillende Coopers en nog meer Geiten, waaronder een tot in de puntjes nagebouwde miniatuurversie van de wagen waarmee hij mijn moeder naar het altaar reed. Zelfs de pluchen dominostenen hangen aan de achteruitkijkspiegel.
Zelf heb ik vooral herinneringen aan de tweede Geit: een vaalgeel exemplaar waarvan de achterklep, een van de deuren en een spatbord blauw geschilderd waren. Op de motorkap kleefde een grote sticker met een zon waarop “Atoomenergie? Neen bedankt!” stond – mijn ouders waren nogal sociaal geëngageerd, al weet ik niet meer of die Citroën daar nu de oorzaak of eerder het gevolg van was. Ik herinner me wel de tochtjes naar zee, met de kleine fietsjes achterop gebonden en het dak open, in de slipstream van de een of andere vrachtwagen. Was er een familieweekend, dan wilden de neefjes en nichtjes steevast met ons mee, want in een deux-chevaux was het altijd feest. Met zijn tienen of elven dansend op de achterbank, muziekje op en de armen in de lucht. Rijden op het strand en glijden over het ijs. Gouden tijden, of zo herinner ik me die periode toch.
Het zijn die warme gevoelens waarin de retromoderne designgolf ons probeert onder te dompelen. Nostalgie kneedt je verleden tot een wereld waarin je houvast leek te vinden. Natuurlijk had mijn vader liever een échte auto gehad, maar hij nam de blutsen met de buil, zodat we ons enkel de charme van onze 2 PK herinneren.
Was er een familieweekend, dan wilden de neefjes en nichtjes steevast met ons mee, want in een deux-chevaux was het altijd feest.
Bij de toekomst doen we doorgaans het omgekeerde: omdat we enkel de potentiële problemen en eventuele gevaren zien, voeden we achterdocht en angst. Hoewel de fiscale incentives van onze overheden ervoor zorgen dat de EV-transitie snel aan momentum wint (toch bij de bedrijfswagens), zijn heel wat mensen nog niet klaar voor een elektrische auto. Omdat de aankoop te duur is. Of omdat ze stress krijgen van laden in plaats van tanken. En dan kan een beetje nostalgie wonderen doen om de stap toch te zetten.
Misschien kan de nieuwe 2 PK die rol wel op zich nemen wanneer hij in de loop van 2028 in productie gaat. Mijn vader is fan en wacht vol ongeduld op de definitieve productieversie om de EV-switch te maken. Maar enkel als het propvol retroknipogen gestoken ontwerp ook de nodige inhoud krijgt, want je mag niet vergeten dat de oorspronkelijke Geit een geniale auto was. Hopelijk gaat Citroën dus verder dan de bolle kijkers of het stoffen wegroldakje en erft de nieuwe 2 PK naast de ziel ook het technische karakter van het oermodel.
Ik ga alvast op zoek naar een modelbouwpakket, zodat mijn vader al kan experimenteren met een Charleston-livrei of een opgehoogde Sahara-versie.
