De geneugten van een goed restaurant ben ik pas later gaan appreciëren, waardoor die jaarlijkse afspraak in de Pizza Hut de allure van een sterrenmaaltijd kreeg. De enige momenten waarop ik toch een klasseverschil met mijn leeftijdsgenoten ervoer, was op de speelplaats. Wanneer ik mijn merkloze sneakers vergeleek met die van mijn vriendjes en vriendinnetjes.
Wat wilde ik graag Nikes, niet die merkloze gympen van de lokale schoenwinkel om de hoek. Ik wist dan ook wat kopen met het eerste babysitgeld dat ik later zou verdienen. Dat stak ik in een paar zwarte baskets met zwierig swoosh-logo op de flanken. Ik rekende me de koning te rijk. En dat gevoel koester ik nog steeds, want bijna veertig jaar later loop ik nog steeds op wolkjes wanneer ik me een nieuw paar sportschoenen aangeschaft heb. Zeker als het dan ook Nikes blijken te zijn.
Mensen zijn nu eenmaal emotionele wezens. Het gaat zelden om alleen de prijs, de kofferruimte, de prestaties of het rijbereik wanneer je een nieuwe wagen koopt. Rationele argumenten zeggen wat je nodig hebt, maar het is je onderbuik die de finale beslissing maakt. Omdat je ergens bij wilt horen, of zelfs boven de anderen wilt staan. Dat kan te maken hebben met de geschiedenis van een bepaald merk, met het design dat ze promoten, met de luxe of sportiviteit die ze uitstralen. Of gewoon omdat ze een connectie maken met je eigen verleden.
Ik leerde ooit rijden met de BX van mijn vader en heb nog altijd een boon voor de Citroën-modellen van die periode. Voor dat nostalgische gevoel ben je bereid extra te betalen. Zou dat de reden zijn waarom door de marketing vormgegeven merken zoals Cupra het zo moeilijk hebben om écht door te breken? Ergens blijf je de link leggen met de Johnny-modellen van Seat, toch?
RATIONELE ARGUMENTEN ZEGGEN WAT JE NODIG HEBT, MAAR HET IS JE ONDERBUIK DIE DE FINALE BESLISSING MAAKT.
Enkel Tesla is er als rebelse nieuweling in geslaagd zich snel een trouwe schare volgers te creëren, een beetje à la Apple destijds. Wel jammer dat de nerds die destijds durfden te springen en het EV-verhaal omarmden toen daar bij de meeste autobouwers nog hardop werd om gelachen, tegenwoordig bijna weggezet worden als neonazi’s. Maar goed, de Volkswagen Kever heeft bewezen dat je Hitler-associaties kunt bezweren. Zelfs voormalige Oostblokmerken zoals Dacia en Skoda hebben de mentale link met troosteloze woonblokken, stuurse sovjets en ijzeren gordijnen van zich af kunnen schudden.
En zo belanden we toch weer bij die Chinese constructeurs die onze markt naar hun hand proberen te zetten. Ze ogen nog altijd wat generisch en er schuilt een heleboel kaf tussen het frisse koren, maar we zien auto’s uit de Volksrepubliek niet langer als goedkope namaak. Omdat ze minder goedkoop worden, natuurlijk. Maar ook omdat ze anders zijn – vaak beter ook, of toch slimmer. Die generische lelijkheid wordt bovendien een handelsmerk, die enorme schermen met veel te veel functies een statussymbool. Alsof je met een UFO tussen de dinosaurussen zweeft. Made in China wordt stilaan een kwaliteitsnorm. Ik ga nog steeds eerst kijken bij Nike wanneer ik nieuwe sneakers zoek, maar tegenwoordig dragen een heleboel vrienden en vriendinnen de witte gympen die ik vroeger verachtte.