De strategie van Stellantis in het kort
- Het project “e-Car”: elektrisch rijden voor 15.000 euro
- Italië als strategische en politieke keuze
- Een duidelijke wenk richting Europese regelgeving
Het multi-energiedogma komt onder druk
Tot nu toe was de leer van Carlos Tavares onveranderlijk: ultraflexibele platformen ontwikkelen die zonder onderscheid plaats konden bieden aan verbrandingsmotoren, hybrides of elektrische aandrijflijnen, zodat Stellantis zich snel kon aanpassen aan de grillen van de markt. Maar de economische realiteit en de naderende Europese normendruk lijken de groep ertoe te dwingen zijn prioriteiten te herzien.
Stellantis lijkt zich geleidelijk los te maken van die multi-energiestrategie in de hogere segmenten, omdat ze te duur wordt om vol te houden tegenover Chinese concurrenten die veel eenduidiger inzetten op 100 procent elektrische modellen, eventueel aangevuld met range-extenders of REEV-technologie, voluit Range Extended Electric Vehicle.
Het project “e-Car”: elektrisch rijden voor 15.000 euro
Tijdens het congres van Automotive News Europe in Brussel legde Emanuele Cappellano, directeur van Stellantis Europe, de basis voor een nieuw grootschalig project dat intern “e-Car” wordt genoemd. Die naam staat voor Electric, European, Emotion en Environment.
De ambitie is helder: de R&D-investeringen van de groep bundelen om tegen 2028 de markt wakker te schudden met een uiterst betaalbare elektrische stadsauto, onder de psychologische grens van 15.000 euro. Mogelijk gaat het om een toekomstige herinterpretatie van de Citroën 2CV.
Italië als strategische en politieke keuze
Stellantis rekent op korte termijn al op de Chinese constructeur Leapmotor om het instapsegment van de elektrische auto te bezetten, maar het project “e-Car” moet nadrukkelijk in Europa verankerd worden.
Tegen de verwachtingen in kiest de groep er niet voor om zijn Spaanse fabrieken in te schakelen, maar vertrouwt hij de productie van dit nieuwe platform toe aan Italië. Meer bepaald aan de site van Pomigliano.
Dat is een uitgesproken politieke beslissing, op een moment waarop de spanningen tussen de regering-Meloni en de directie van Stellantis over de lokale productievolumes nog altijd hoog oplopen.
Een duidelijke wenk richting Europese regelgeving
Om een dergelijk voertuig op het Oude Continent rendabel te maken, neemt Stellantis wel een reglementaire gok. Emanuele Cappellano pleitte er openlijk voor dat Europa een specifiek normenkader zou creëren, een soort “e-Car”-statuut of M1E-categorie, waarmee de verplichtingen kunnen worden verlicht of waarmee kleine, lichte en betaalbare elektrische auto’s die lokaal worden geproduceerd, ruimer kunnen worden gesubsidieerd.
Of Europa gehoor geeft aan die oproep en een regelgevend schild optrekt rond onze toekomstige stadsauto’s, valt nog af te wachten.
