“Als er niets verandert, zullen we niet overleven”, waarschuwde Sato zijn toeleveranciers. Volgens hem verspillen Japanse constructeurs te veel tijd en geld aan technische verschillen die voor de klant nauwelijks relevant zijn.
Het voorstel gaat niet over fusies, gedeelde platformen of identieke rijeigenschappen. Merken als Toyota, Honda, Nissan, Mazda, Subaru, Mitsubishi en Suzuki moeten hun eigen karakter behouden.
Dezelfde onderdelen
Wel zouden ze dezelfde normen kunnen gebruiken voor kabelbomen, connectoren, staalsoorten, kunststoffen, slangen en bevestigingsmateriaal. Alleen al voor elektrische bedrading bestaan vandaag meer dan 70.000 varianten.
Door die onderdelen te standaardiseren, kunnen productie en bevoorrading eenvoudiger en goedkoper worden. De besparingen moeten naar software, batterijtechnologie, rijhulpsystemen en autonoom rijden.
Voordeel voor de klant
De aanpak doet denken aan de Europese roep om een ‘Airbus van de auto-industrie’. In Japan lijkt zo’n samenwerking haalbaarder, omdat de merken via brancheorganisatie JAMA al nauw met elkaar verbonden zijn.
Voor automobilisten kan dat leiden tot snellere technologische vooruitgang en goedkopere onderdelen, zonder dat alle Japanse auto’s op elkaar gaan lijken.
