Voor alle duidelijkheid, we hebben het dan louter over het portfolio van de Chinese merken. Reken je er ook de Europese modellen bij die in de Volksrepubliek van de band rollen, of die vertrekken van een Chinese onderbouw, dan stijgt dat aandeel zelfs naar één op zeven. Om dus maar te zeggen dat de tsunami aan EV’s en PHEV’s uit het Oosten nog altijd aan kracht wint.
Uiteraard zijn er een aantal verklaringen aan te halen voor die groeicijfers. Een stijgend aantal klanten zorgt voor een toenemend aantal ervaringen die – als ze positief zijn – op hun beurt de verkoop verder omhoogstuwen. Een fenomeen dat zich klaarblijkelijk in Zuid-Europa aan het manifesteren is, want de grootste toename aan Chinese batterijvoertuigen op ons continent is zichtbaar in Spanje, Italië en Griekenland.
Het Trump-effect
Hoewel hij er niet rechtstreeks mee te maken heeft, mag er ook gekeken worden in de richting van Trump. Met zijn tariffs heeft Donald van de VS terra non grata gemaakt voor de Chinese auto-industrie. Opgeteld met het overaanbod dat ondertussen heerst op hun eigen automarkt, zorgde dat er mee voor dat heel wat Chinese merken hun vizier nog wat harder op Europa zijn gaan richten.
Anderzijds biedt die groeiende interesse ook wel lokale opportuniteiten voor onze contreien. Zo zijn steeds meer Chinese constructeurs op zoek naar Europese satellietfabrieken. Genre BYD, dat zijn voor ons bedoelde auto’s (deels) in Hongarije bouwt, terwijl Chery en Leapmotor in Spanje (zullen) produceren. Waardoor die Chinese auto’s op termijn toch ook een beetje ‘van ons’ worden.