Samenvatting Morgan Midsummer Coupe (2026)
- Tweede Midsummer-model na de open speedster/barchetta
- Opnieuw ontwikkeld met Pininfarina
- Vast dak voor meer touringgebruik en jaarrond bruikbaarheid
- Gebaseerd op de CXV-basis van de Morgan Supersport
- Beperkt tot slechts 10 exemplaren
1. Van barchetta naar coupé
De eerste Morgan Midsummer was een open barchetta zonder klassiek dak, ontworpen als een uiterst exclusieve coachbuilt sportwagen. Morgan beperkte dat model tot 50 exemplaren, die allemaal aan klanten werden toegewezen. De Midsummer Coupe bouwt verder op dat idee, maar kiest voor een andere invulling. Het vaste dak maakt hem minder puur zomerspeelgoed en meer een GT voor langere ritten.

2. Pininfarina blijft betrokken
Net als bij de eerste Midsummer werkt Morgan opnieuw samen met Pininfarina. Die eerdere samenwerking was belangrijk omdat Morgan daarmee zijn klassieke silhouet liet herinterpreteren door een van de bekendste Italiaanse designhuizen. Bij de Coupe lijkt die samenwerking opnieuw rond proportie, detailafwerking en ambacht te draaien.

De vaste daklijn moet niet zomaar een hardtop op een bestaande roadster zijn, maar een structureel geïntegreerd onderdeel van het ontwerp. Daarmee blijft Midsummer vooral een coachbuilding-project. Niet het aantal pk’s staat centraal, maar hoe Morgan zijn traditionele bouwmethode combineert met modernere techniek en Italiaans design.
3. Vast dak vraagt meer dan een nieuwe bovenkant
De Midsummer Coupe deelt zijn basis met de Morgan Supersport, maar de vaste dakconstructie vraagt volgens de beschikbare informatie een grondige herontwikkeling. Het dak, de beglazing en de aluminium koetswerkpanelen worden als één geheel ontworpen.

Nieuwe A-stijlen uit gefreesd aluminium, een eigen voorruit en een vast glazen dak moeten de structuur stijver maken dan bij de open Supersport. Ook de zijruiten veranderen: in plaats van afneembare zijschermen krijgt de Coupe echte neerlaatbare ruiten. Opvallend is dat het gewicht beperkt zou blijven. Ondanks het vaste dak zou de massa slechts ongeveer 2,5 procent hoger liggen dan bij de Supersport, die rond 1.170 kg weegt.
4. BMW-zescilinder blijft behouden
Onderhuids blijft Morgan trouw aan de bekende BMW-zescilinder. De Midsummer Coupe gebruikt de 3,0 liter-turbomotor uit de Supersport 400, goed voor 402 pk en 500 Nm. Dat vermogen gaat naar de achterwielen via een achttrapsautomaat. Daarmee kiest Morgan niet voor extreme hypercarcijfers, maar voor een klassieke verhouding tussen laag gewicht, achterwielaandrijving en veel koppel.

Die aanpak past bij het merk. Morgan bouwt geen technologische krachtpatser, maar een analoge sportwagen met moderne prestaties en veel aandacht voor gevoel, geluid en tactiliteit.
5. Nog exclusiever dan de eerste Midsummer
De Midsummer Coupe wordt met 10 exemplaren nog zeldzamer dan de oorspronkelijke Midsummer. Die eerste reeks telde 50 auto’s en was volgens Morgan al volledig toegewezen na previewmomenten met klanten. Het interieur gebruikt teak en verwijst naar maritieme toepassingen, maar klanten zouden andere houtsoorten, kleuren en bekledingen kunnen kiezen.

De prijs is nog niet bekend. Gezien de eerste Midsummer al ruim boven 200.000 pond zat en de Coupe vijf keer zeldzamer wordt, lijkt dit vooral een verzamelobject voor Morgan-klanten die een nog exclusievere interpretatie van het merk zoeken.
