Samenvatting Spyker C8 Preliator XXV Coupé
- Nieuwe handgebouwde Spyker voor Monterey Car Week
- 4,0 liter-V8 biturbo met 800 pk en 1.000 Nm
- Echte manuele versnellingsbak, zonder schakelflippers
- Aluminium koetswerk en ruimteframe volledig nieuw ontwikkeld
- Productie beperkt tot 25 exemplaren
1. Nieuwe Spyker, oude obsessies
De C8 Preliator XXV Coupé blijft trouw aan de klassieke Spyker-thema’s: handwerk, luchtvaartinspiratie, zichtbare techniek en een sterk analoge rijervaring. Die luchtvaartlink gaat terug tot 1914, toen Spyker fuseerde met de Dutch Aircraft Factory. De nieuwe C8 - de vorige dateert alweer van 2017 - gebruikt dat erfgoed nadrukkelijker dan ooit. Vooraan zitten NACA-luchtinlaten, de achterlichten verwijzen naar naverbranders van straaljagers en de koplampen verwerken de letters XXV. Ook de vinstaart keert nadrukkelijker terug, als verwijzing naar de Spyker C1 Aerocoque uit 1919. Zelfs de isogrid-structuur, een raster van driehoeken uit de lucht- en ruimtevaart, komt terug in roosters, ventilatieopeningen, pedalen, uitlaatgaas en stoelbekleding.
2. Aluminium in plaats van carbon
In een segment waar koolstofvezel bijna vanzelfsprekend is, houdt Spyker vast aan aluminium. Het koetswerk wordt met de hand gevormd door Coventry Prototype Panels in Engeland, terwijl het ruimteframe volledig nieuw en intern werd ontwikkeld. Volgens Spyker vraagt de bouw van één auto ongeveer 2.100 uur. De stuurwielnaden worden vier uur lang met twee naalden tegelijk gestikt, de gedraaide aluminium dashboardafwerking verwijst naar Spykers van vóór 1925 en zelfs de schroefkoppen in het interieur worden met de hand in dezelfde richting gezet.
3. 800 pk en een echte handbak
Achter de inzittenden ligt een 4,0 liter-V8 met twee turbo’s, goed voor 800 pk en 1.000 Nm. De topsnelheid bedraagt 350 km/u. De opvallendste keuze is de transmissie. Spyker kiest voor een echte manuele versnellingsbak, zonder schakelflippers of geautomatiseerde tussenoplossing. Elke versnelling moet dus bewust worden gekozen. Volgens Victor Muller hoort dat bij het idee van een sportwagen: de bestuurder beslist, voelt de mechaniek en draagt ook de gevolgen van een fout. Ook binnenin blijft het digitaal bewust beperkt. Het head-updisplay is het enige scherm. De rest van het interieur is analoog, tastbaar en bedoeld om bediend te worden, niet om bekeken te worden.
4. Butterfly mode en Zwitserse-horlogegevoel
Ook technisch werd de auto grondig herbekeken. De brandstoftank verhuisde van de dorpels naar een trapeziumvormige ruimte achter de stoelen en vóór de motor, een oplossing die Spyker al op zijn Le Mans-racewagens gebruikte. De bagageruimte zit nu volledig vooraan. Achteraan ontstaat daardoor ruimte voor wat Spyker “butterfly mode” noemt. Met één druk op de knop opent de hele auto, in de geest van de vroegste Spykers. Dat betekende wel dat de motorruimte even zorgvuldig moest worden afgewerkt als de rest van de auto. Spyker vergelijkt de beweging met die van een fijn Zwitsers horloge.
5. Beperkte reeks
De showauto is uitgevoerd in Quail Green, een felle metallic groentint met subtiele rose-gold flakes. Ook de buitenafwerking gebruikt rose gold, terwijl het interieur is bekleed met Tuscan Saddle, een warme oranjebruine ledertint. Spyker plant een oplage van 25 exemplaren, die volgens topman Victor Muller al allemaa een eigenaar gevonden zouden hebben.
