Samenvatting Bugatti Destrier (2026)
- Derde unieke creatie binnen het Bugatti Programme Solitaire
- Gebaseerd op de Bolide, maar met een elegantere carrosserie
- Naam verwijst naar een krachtig middeleeuws strijdros
- Nieuwe interpretatie van de Bugatti-designcodes
- Lak in exclusief Sapphire Celeste
- Interieur met leder, nubuck en 3D-gebreid textiel
- W16 met 1.600 pk blijft behouden
Bugatti heeft opnieuw een one-off klaar. Na de Brouillard en de F.K.P. Hommage volgt nu de Destrier, de derde creatie binnen het Programme Solitaire. Dat programma laat Bugatti toe om op basis van bestaande techniek volledig unieke auto’s te bouwen voor individuele klanten. In dit geval vertrekt de constructeur uit Molsheim van zijn meest extreme circuitmachine, de Bolide, maar de eindbestemming is opvallend anders.
1. Een Bolide zonder circuitmasker
De technische basis van de Bugatti Destrier komt van de Bolide. Dat betekent: een koolstofvezel monocoque, een extreem laag silhouet en de bekende W16-aandrijflijn. Toch kiest Bugatti voor een andere visuele aanpak. Waar de Bolide vooral functioneel en agressief oogt, probeert de Destrier dezelfde basis om te vormen tot iets eleganters.

De auto is amper één meter hoog, wat hem dramatisch lager maakt dan andere Bugatti-modellen. De grotere wielen versterken dat effect nog. Vooraan meet het schoeisel 20 duim, achteraan 21 duim. Dat is groter dan bij de Bolide, die 18-duims wielen gebruikt. Daardoor oogt de Destrier minder als een pure raceauto en meer als een uitvergrote designschets die toch werkelijkheid werd.
2. De naam komt uit de riddertijd
Destrier verwijst naar het krachtigste en meest prestigieuze oorlogspaard uit de middeleeuwen. Die naam is niet toevallig gekozen. Bugatti gebruikt hem om kracht, waardigheid en beheersing te suggereren, eerder dan pure agressie.

De link met de ridderwereld komt ook terug in de details. In de motorruimte krijgen bepaalde metalen onderdelen een gehamerde afwerking, een verwijzing naar handgeslagen harnassen. Het is typisch voor dit soort Bugatti-projecten: de techniek is extreem modern, maar de verhaallagen verwijzen vaak naar oudere ambachtelijke tradities.
3. Eén chassis, twee totaal andere auto’s
Bugatti trekt zelf een historische parallel met de Type 57. In de jaren 30 vormde dat chassis de basis voor zowel de Type 57G en 57C “Tank” racewagens, die Le Mans wonnen in 1937 en 1939, als voor de Type 57SC Atlantic, een van de beroemdste designobjecten uit de autogeschiedenis.

De Destrier en de Bolide volgen volgens Bugatti hetzelfde idee. De ene auto toont de functionele, circuitgerichte kant van hetzelfde platform. De andere vertaalt die basis naar een veel meer esthetische oefening. Die link wordt tastbaar gemaakt met een handmatig gelaserde dedicatieplaat boven de voorruit, waarop zowel de Type 57G Tank als de Type 57SC Atlantic worden afgebeeld.
4. Bekende Bugatti-lijnen, anders uitgewerkt
De Destrier introduceert volgens Bugatti een nieuwe vormtaal. De bekende C-lijn, die bij veel moderne Bugatti’s als een doorlopende boog langs de flank loopt, wordt hier onderbroken. Ze stopt net voor de voorste wielkast, laat een stuk koetswerk vrij en loopt daarna verder richting de hoefijzervormige grille.

Ook die grille werd aangepast. Ze is breder dan bij de Bolide, maar de neus oogt minder agressief. Aan de achterkant gebruikt Bugatti een subtieler geïntegreerde vleugel, een verwijzing naar de Chiron Profilée. Het koetswerk trekt achter de deuren naar binnen, om daarna breed uit te waaieren over de achterwielen. Daardoor krijgt de auto een sterk gespannen houding, zonder dat hij dezelfde visuele drukte nodig heeft als een circuitprototype.
5. Sapphire Celeste als unieke kleur
De Destrier is uitgevoerd in Sapphire Celeste, een meerlagige blauwe lakkleur die speciaal voor deze auto en zijn eigenaar werd ontwikkeld. In de lak zitten diamantachtige schitteringen, bedoeld om de volumes van het koetswerk sterker te laten uitkomen. Gepolijst aluminium zorgt voor contrast.

Ook hier zoekt Bugatti naar historische echo’s. De Type 57SC Atlantic met chassisnummer 57591, bekend als de “Pope Atlantic”, was oorspronkelijk blauw voordat hij later zwart werd gespoten. De zichtbare koolstofvezel blijft bij de Destrier beperkt tot de splitter vooraan en de diffuser achteraan, maar kreeg een tint die bij Sapphire Celeste past.
6. Interieur als kleermakersatelier
Binnenin neemt de Destrier nog meer afstand van de Bolide. Geen kaal circuitinterieur, maar een cabine die volgens Bugatti geïnspireerd is op een kleermakersatelier. De belangrijkste materialen zijn leder, nubuck en een geavanceerd 3D-gebreid textiel.

Leder en nubuck zijn uitgevoerd in Ambre Voyageur, een warme bruine tint. Het gebreide materiaal gebruikt technieken uit haute couture en sportkleding, met koperen garens als subtiele glinstering. Die vormen een cirkelvormig “halo-line”-patroon doorheen het interieur. De gehamerde metaalafwerking van buiten keert terug op onder meer de deuropeners, ventilatieroosters, stuurwielnaaf en instaplijsten.
7. W16 met 1.600 pk
Onder het koetswerk blijft de aandrijflijn van de Bolide behouden. De Destrier gebruikt dus de 8,0 liter-W16 met vier turbo’s, goed voor 1.600 pk. Bugatti presenteert dat opvallend genoeg niet als het belangrijkste verhaal van de auto. Bij deze one-off draait het minder om topsnelheid of rondetijden, en meer om proportie, materiaal en afwerking.

De one-off wordt onthuld tijdens Monterey Car Week, met als hoogtepunt het Pebble Beach Concours d’Elegance op 16 augustus 2026.
