Even terugspoelen naar 1991, het jaar waarin Mazda een heleboel passiemodellen aan het wat stoffige gamma toevoegt. Dan hebben we het niet alleen over de derde generatie van de RX-7, maar ook over de MX-3 en de MX-6. En die twee laatste wagens spelen een bijrolletje in het verhaal over de Mazda MX-5 V6.

De MX-3 is een op de Mazda 323 gebaseerde sportcoupé die een 130 pk sterke 1,8 liter-V6 onder de motorkap gepropt kreeg. De MX-6 volgt een vergelijkbaar recept, maar dan twee maten groter. De technische basis was die van de Mazda 626, onder de motorkap lag (onder meer) een 2,5 liter-V6.
V6-power
Het is die V6 die Mazda MX-3-gewijs in de neus van een MX-5 propeerde te duwen. Een projectje van enkele ingenieurs, die na hun uren op zoek gingen naar meer power voor de op stapel staande NC-generatie van de beroemde roadster. De V6 was goed voor een 200 pk en zou het prestatiepotentieel een flinke duw in de rug geven.

Zou, want het hele project liep af op een sisser. De motorbaai van de compacte MX-5 bleek immers te krap voor de dikke V6-motor, waardoor de designers een andere neus moesten schetsen. Eentje die naast wat langer vooral een stuk hoger zou uitvallen. En ook het gewicht bleek een spelbreker voor het dynamische evenwicht van de sportieve roadster.
Dus neen, er kwam geen Mazda MX-5 NC met V6. En eigenlijk maar logisch ook. Maar het blijft een fascinerend project, hoe dan ook.