Aan de afstand lag het niet, want mijn woonst in Antwerpen en de Stadsschouwburg van Mechelen liggen op nauwelijks 25 kilometer van elkaar. Bovendien vond het concert plaats op een zaterdagavond, dus van files op de E19 was geen sprake. En op mijn vrouw kon ik het evenmin steken, want zij was deze keer netjes op tijd in haar galajurk gesprongen om de koperblazers aan het werk te zien. En toch.
Ik heb ooit in Mechelen gestudeerd. Correctie: ik ben ooit in Mechelen naar school geweest, dus ik ken mijn weg er nog een beetje. Ik ga al eens een hapje eten in de schaduw van de Sint-Romboutstoren, heb het Speelgoedmuseum bezocht met de kinderen en gedanst op Maanrock. Dat het stadsbestuur enkele jaren geleden een mobiliteitsplan invoerde waarbij de ring rond de stad een knip kreeg en gedeeltelijk overstapte op eenrichtingsverkeer, was me dan ook bekend. Ik had zelfs gecontroleerd of Malinwa niet speelde die avond, want het aanrijden loopt sowieso wat stroever wanneer KV-voetbalsupporters een parkeerplaatsje Achter de Kazerne zoeken. En toch.
De ring helemaal rond, links de Keizerstraat in en proberen te parkeren. Als dat niet lukt, de parkeergarage tegenover de Stadsschouwburg in. Ik was niet aan mijn proefstuk. Maar er waren geen parkeerplaatsen vrij en ook de garage bleek vol, dus probeerde ik terug te keren naar de parking op de Zandpoortvest. Kon ik meteen mijn auto laden, bedacht ik me. Alleen kún je niet terug, want zowat het hele centrum is één grote eenrichtingsstraat die je weer naar het begin van die ring loodst. Waarna je dus opnieuw heel Mechelen rondrijden moet. En waardoor we dus maar net op tijd waren voor het optreden van Brassband Hombeek. Met dorst de zaal in.
Allemaal noodoplossingen die moeten verdoezelen dat het mobiliteitsplan op geen voeten trekt.
Tijdens de pauze heb ik me wat geïnformeerd bij de aanwezige Manenblussers zelf. Blijkt dat Mechelen pendeldiensten inlegt om de omwonenden tot in het centrum te krijgen en dat sommige inwoners een pasje hebben dat hen toestaat om bepaalde eenrichtingsstraten te negeren. Allemaal noodoplossingen die moeten verdoezelen dat het mobiliteitsplan op geen voeten trekt. Gent had Mechelen enkele decennia geleden nochtans getoond hoe het niet moet, met dat vermaledijde circulatieplan. En dan heb ik het geeneens over Mortsel bij Antwerpen, een soort fuik waarin auto’s zich intussen al jarenlang vastrijden. En toch.
De zondag erop. Met de kinderen en wat vrienden gaan bowlen op linkeroever. Gewoon de Schelde over, eigenlijk. Vriezen dat het kraakt en onderweg nog iemand oppikken, dus toch maar met de auto. Door de Kennedytunnel, daar verlies je altijd wat tijd. Maar verder gewoon het hoekje om, hebben we honderden keren gedaan. Dat was evenwel buiten de Oosterweelwerkzaamheden gerekend. Nu word je via een grote parkeergarage geleid, via verkeerslichten die de nodeloze omweg verder verlengen. Een in beton gegoten labyrint dat de reistijd verdubbelt. Alweer heb ik me, ondanks de genereuze vertrekmarge, moeten haasten om nog maar net op tijd te zijn.
Ik word kluizenaar, denk ik. Maar dan mis ik mijn jaarlijkse afspraak met Brassband Hombeek. En zo een keertje bowlen, ook leuk.