Samenvatting E20-benzine (2026)
- Duitsland en Frankrijk willen benzine met 20% bio-ethanol introduceren
- Lagere literprijs en minder fossiele brandstof, mogelijk hoger verbruik
- Opgepast: E20 is niet geschikt voor elke auto op benzine
1. Duitsland en Frankrijk willen benzine met 20% bio-ethanol introduceren
De Duitse minister van Verkeer Steffen Bilger pleit samen met zijn Franse ambtgenoot voor de introductie van E20-benzine. Waar de vertrouwde E5 tot 5% bio-ethanol bevat en E10 tot 10%, kan dat aandeel bij E20 oplopen tot 20%. Daardoor is er minder fossiele benzine nodig, wat zowel de afhankelijkheid van aardolie als de CO2-uitstoot over de volledige brandstofketen zou verminderen.
Helemaal nieuw is het idee niet. In het Duitse Mannheim loopt al een praktijkproef met E20, waarbij de brandstof binnen een gesloten wagenpark wordt getest. Volgens de Duitse automobielclub ADAC is de introductie op grotere schaal technisch haalbaar, al zijn er nog enkele hindernissen te nemen.
Bovendien is de timing niet toevallig. Duitsland en Frankrijk willen ook de Europese CO2-regels voor nieuwe auto's vanaf 2035 versoepelen, zodat verbrandingsmotoren langer een toekomst behouden. Hernieuwbare brandstoffen moeten helpen om die politieke koerswijziging te verantwoorden. Een definitief Europees akkoord is er evenwel nog niet.
2. Lagere literprijs, maar mogelijk ook een hoger verbruik
Het belangrijkste verkoopargument voor E20 is natuurlijk de prijs. Door een groter deel van de fossiele benzine te vervangen door bio-ethanol, zou de brandstof enkele centen per liter goedkoper kunnen worden dan E10. Duitse experts verwachten dat het prijsverschil beperkt blijft, maar bij de huidige pompprijzen is elke besparing welkom.
Toch is er een addertje onder het gras. Bio-ethanol bevat minder energie per liter dan gewone benzine, waardoor het verbruik bij een hogere ethanolconcentratie licht kan toenemen. Een lagere literprijs betekent dus niet automatisch dat je ook goedkoper rijdt.
En ook de milieuwinst verdient enige nuance. Bio-ethanol kan de uitstoot van broeikasgassen over de volledige levenscyclus verminderen, maar hoeveel precies hangt af van de gebruikte grondstoffen en de productiemethode. Bovendien vraagt de productie van biobrandstoffen landbouwgrond, die dan niet beschikbaar is voor voedselgewassen. Een kritiekpunt dat onder meer Duitse milieuorganisaties aanhalen.
3. Europese regelgeving moet aangepast worden en niet elke auto is geschikt
Voor we E20 bij onze lokale tankstations zien verschijnen, moet eerst de regelgeving veranderen. De Europese richtlijn voor brandstofkwaliteit laat momenteel maximaal 10% ethanol toe in reguliere benzine. Er bestaat inmiddels wel een afzonderlijke technische specificatie voor E20, maar die volstaat niet om de brandstof zomaar overal te verkopen.
Daarnaast is er de compatibiliteit met bestaande auto's. Hoewel veel moderne benzinemotoren technisch met een hoger ethanolgehalte overweg zouden kunnen, betekent een E10-goedkeuring niet automatisch dat de constructeur ook E20 toestaat. Vooral bij oudere auto's kunnen bepaalde dichtingen en onderdelen van het brandstofsysteem problemen opleveren.
In Duitsland wordt 2028 genoemd als mogelijke introductiedatum, op voorwaarde dat het wettelijke kader tijdig wordt aangepast. Voor België is er voorlopig geen concrete lanceringsdatum. En zelfs als E20 uiteindelijk groen licht krijgt, zal het niet meteen de hoge brandstofprijzen oplossen. Daarvoor is het verwachte prijsverschil met E10 wellicht te klein. Maar voor automobilisten die voorlopig met een benzinemotor blijven rijden, kan het wel een extra alternatief worden.
