Liefhebbers van old- en youngtimers mikken vaak op dezelfde modellen. Het gevolg? Die klassiekers staan volop in de spotlights en hun prijzen stijgen navenant. Vraag en aanbod, daar valt weinig tegenin te brengen. Of toch?
Want er zijn alternatieven. Minder bekende klassiekers die evenveel rijplezier bieden, maar niet op elke straathoek of op elke Cars & Coffee opduiken. Niemand is immers onmisbaar. Ook een BMW 3.0 CSi niet. Wat dacht je bijvoorbeeld van een Opel Commodre GSe?
Waarom een Opel Commodore?
De toerwagenwedstrijden van de jaren 70 werden gedomineerd door de BMW 3.0 CSI/CSL, de Ford Capri en... de Opel Commodore. Hoewel de fabrieks-Capri's rasechte chronojagers waren op circuit, moesten de productieversies met 3.0 V6 Essex-motor flink wat punch inleveren. Ze waren in elk geval sterk inferieur aan de Commodores, die weliswaar in raffinement niet konden wedijveren met de BMW’s, maar die in deskundige handen meer dan hun mannetje stonden.

Daarnaast waren deze Opels met zescilindermotor goed gebouwd, elegant en bezaten ze dat extra beetje cachet dat ze onderscheidde van op grote schaal gebouwde populaire auto's, zoals de Capri. Zijn wijdere verspreiding had de Ford mede te danken aan zijn viercilindermotor, al was die wat kortademig.
De verschillende evoluties van de Opel Commodre
- September 1967: Commodore A, waarvan de GS-versie met zijn 2,5 liter grote zescilinder-in-lijn 130 pk onder de kap had. Naast een coupé was er ook keuze uit een berline met twee of vier deuren.
- November 1970: er komt een GSe met injectie (150 pk) en een GS 2.8 met carburator (145 pk), bestemd voor racehomologatie.
- Maart 1972: het nieuwe koetswerk (Commodore B) telt nog twee varianten: een vierdeursberline en een tweedeurscoupé. De 2.8 GSe tilt het vermogen naar 160 pk.
- Juli 1977: einde van de productie.
Aandachtspunten Opel Commodore?
Commodores zijn erg robuust en stevig. Dat gaat op voor de motor, de versnellingsbak, de stuurinrichting en de remmen, kortom alle mechanische onderdelen. Helaas kunnen we niet hetzelfde beweren over het koetswerk, dat zoals bij alle voertuigen uit die tijd erg vatbaar is voor roest.
De boosdoener nestelt zich niet alleen in de holle ruimtes, maar durft ook de wielkasten, de deurdrempels en natuurlijk de vloer aantasten. Een ander aandachtspunt zijn de moeilijk te vinden bevestigingsonderdelen. Het internet moet soelaas bieden...
Welke Opel Commodore kiezen? En aan welke prijs?
Mooie GSe 2.8-coupés staan niet op elke hoek van de straat. Ze komen zelfs nauwelijks voor op oldtimerbeurzen en zijn dus ook geen vaak voorkomende verschijning in oldtimeradvertenties. Dat de prijzen hoog liggen, mag dus niet verrassen: de kans is zelfs klein dat je voor minder dan 25.000 euro een exemplaar op de kop kan tikken. Lijkt misschien duur, maar toch is het geen slechte zaak.

Wie zich de epische etmaalraces op het circuit van Francorchamps herinnert, droomt ongetwijfeld van een Commodore A GS 2.8 geprepareerd door Steinmetz. Minder moeilijk te vinden, krachtiger en aangenamer in gebruik, is de Commodore GSe-coupé van de tweede generatie. Trouwens, het is deze versie waar de BMW 3.0 CSi op circuit het meest schrik voor had...