Amper twee jaar na de oprichting van de joint venture tussen het Chinese Leapmotor en het Amerikaans-Europese Stellantis verschijnt het vierde model met ‘LP’-logo op het Oude Continent. Het is voor de verandering geen cross-over, maar een ‘conventionele’ hatchback. De Leapmotor B05 komt dus uit in het segment waar Stellantis reeds actief is met de Opel Astra en de Peugeot 308 - modellen die je ook met een volledig elektrische aandrijflijn kan bestellen.
Verwant met de B10 SUV Leapmotor B05
Enige uiterlijke gelijkenis met de B10 is niet toevallig: de B05 staat op hetzelfde Leap 3.5-platform en behoort tot dezelfde modelfamilie. Wel oogt hij veel dynamischer – Leapmotor spreekt zelfs van een “coupésilhouet”, maar zover zouden wij het niet drijven.

Een gegeven dat nog extra in de verf wordt gezet door de dikke heupen, die achteraan met een ledstrook met elkaar verbonden zijn. De B05 oogt daarenboven best ‘glad’, een indruk die bevestigd wordt door een gunstige Cx-waarde van 0,26. Hoeken en scherpe randen schitteren door hun afwezigheid, wat de B05 een hoge aaibaarheidsfactor oplevert, zonder dat hij er als een doetje uitziet.
Keuze tussen de Pro en de Pro Max Leapmotor B05
Zoals bij wel meer Chinese modellen maakt het LFP-accupakket van de B05 integraal deel uit van het chassis, wat ruimte, kosten en gewicht bespaart. Leapmotor laat de keuze tussen twee batterijformaten: de Pro van 56 kWh en de Pro Max van 67,1 kWh. Voor beide is een interne 11 kW-lader standaard; op gelijkstroom kan de kleine batterij 140 kW aan en de grote 168 kW.

Daarnaast gaat Leapmotor prat op een vergaande integratie van de aandrijfcomponenten en elektronica, wat de efficiëntie boost en de prijs drukt. De wielen zijn geschoeid met performante Hankook Ion Evo-rubbers van 19 duim en worden geleid door MacPherson-veerpoten vooraan en een meerarmige as achteraan. Geen goedkopere torsieas en Chinese sloffen dus, maar ingrediënten die in principe borg moeten staan voor een degelijke koetswerkcontrole en grip.
Geen sportwagen, maar wel leuk Leapmotor B05
Ongeacht de batterijgrootte wordt de aandrijving toevertrouwd aan een 160 kW sterke synchroonmotor met permanente magneet op de achteras. Dat is geen monstervermogen, maar toch voldoende om de B05 in 6,7 seconden van 0 naar 100 te stuwen. Leapmotor voorziet ook in een launch control, een gimmick die je uit nieuwsgierigheid een keertje uitprobeert, maar daarna laat voor wat hij is. Een sportwagen is deze B05 tenslotte niet. Al kun je er wel behoorlijk wat fun mee beleven in pittige bochten.

In het algemeen weet de B05 zijn koetswerk goed te beheersen: van steiger- en duikbewegingen is amper sprake en ook het betere laterale smijtwerk laat hij zich welgevallen. De perfecte gewichtsverdeling tussen voor- en achteras draagt bij tot de erg natuurlijke, progressieve reacties van de B05. De negentienduimers ten spijt blijft ook het filteringscomfort meer dan aanvaardbaar. Het lijkt wel alsof Leapmotor een legertje Peugeot-ingenieurs heeft ingehuurd om de boel op punt te stellen...
Efficiënt aandrijfgeheel, groot rijbereik Leapmotor B05
De motor zelf blijkt behoorlijk efficiënt. Wij hadden geen enkele moeite om het WLTP-gemiddelde te evenaren (15,9 kWh/100 km), zodat de beloofde 482 kilometer rijbereik ons niet bij de haren getrokken lijkt (voor de Pro is dat 401 kilometer). Op dat vlak overtreft de Leapmotor B05 het gros van zijn rivalen.

Met uitzondering van de modellen die beschikbaar zijn met een extra grote accu, maar die kosten dan ook een flinke duit meer. Het viel ons ook op dat deze Leapmotor erg stil rijdt, zijn frameloze ruiten ten spijt. Dat draagt in grote mate bij tot de algemene kwaliteitsindruk.
Veel ruimte, maar sombere interieurinrichting Leapmotor B05
Hetzelfde geldt voor de afwerking, de bouwkwaliteit, de gebruikte materialen, de technologie: niets laat uitschijnen dat deze auto ‘goedkoop’ is. Als je Leapmotor al iets kunt aanwrijven, dan zijn het de beperkte regelmogelijkheden voor de stoelen. Ze laten zich dan wel elektrisch bedienen, maar van een lendensteunregeling is geen sprake, net zomin als van een kantelfunctie voor de zitting aan bestuurderszijde en een hoogteregeling op de passagiersstoel.

Van de interieurkleuren word je evenmin instant vrolijk. Voor de stoelbekleding kun je kiezen tussen licht- of donkergrijs geperforeerd ‘ecoleder’, dat zich geen enkele moeite getroost om er naturel uit te zien. Voor het infotainment daarentegen niets dan lof – de graphics zijn glashelder, de animaties vloeiend en de menustructuur behoorlijk logisch. Fysieke knoppen zijn er amper, maar met een eenvoudige neerwaartse swipe op het display tover je een handig scherm met sneltoetsen tevoorschijn.

Het panoramadak (standaard op de uitvoering Design) met elektrisch zonnescherm zorgt voor licht en lucht. Bovendien bieden maar weinig EV’s in dit segment zoveel been-, hoofd- en schouderruimte achterin. Wel staat de zitting van de achterbank nogal laag, zodat lange mensen hun knieën in een vrij scherpe hoek gevouwen zien. De royale interieurlengte gaat wel ten koste van de koffer, die bovendien te lijden heeft onder de hoge en dikke kofferrand. Een frunk is er niet.
Conclusie Leapmotor B05
De Leapmotor B05 laat op geen enkel vlak zware steken vallen, ziet er best patent uit en rijdt verrassend prettig. Hij blijkt op de koop toe zuinig en raakt in deze Pro Max-variant probleemloos 400 kilometer ver. Zelfs de laadprestaties zijn bovengemiddeld goed.
Je vraagt je af of Stellantis met deze nieuwkomer geen paard van Troje heeft binnengehaald. Met zijn ongemeen scherpe prijs – 30.900 euro voor deze Pro Max-uitvoering, en zelfs maar 26.900 euro voor de Pro – kan hij namelijk heel wat concurrenten pijn doen, ook in eigen huis…
In dit artikel : Leapmotor, Leapmotor B05
