Zich aanmelden

Met Facebook aanmelden

of

Uw informatie is niet correct.
Ik meld me aan Wachtwoord vergeten?
Uw Facebook-account is niet verbonden aan een account op de site. Schrijf je van tevoren in

Als u zich net hebt geregistreerd bij Facebook, laadt u de pagina over enkele ogenblikken opnieuw terwijl uw registratie volledig is geactiveerd.

Wachtwoord vergeten?

×
Mijn wachtwoord opnieuw instellen
Je ontvangt een e-mail voor het instellen van een nieuw wachtwoord.
Geen account gekoppeld aan dit e-mailadres

Nog geen account?
SCHRIJF JE GRATIS IN.

Industrie en economie / Porsche jaagt achter Singer en RUF, maar vangt bot

Geschreven door Xavier Daffe op 17-08-2026

Porsche wil (nog) meer geld verdienen aan exclusieve 911-modellen, maar de toenaderingspogingen bij zowel Singer als RUF mislukten.

Samenvatting Porsche vs. Singer en RUF

  1. Porsche benaderde Singer Vehicle Design voor een volledige overname, maar kreeg meteen een categorieke weigering van Rob Dickinson.
  2. Na de mislukte poging bij Singer richtte Stuttgart zijn pijlen op RUF Automobile, maar ook Alois Ruf wil niet met Porsche in zee gaan.
  3. Onder de nieuwe CEO Michael Leiters kiest Porsche voortaan voor winst per auto. Het credo luidt “value over volume”, in plaats van een race om verkoopvolumes.
  4. In het restomodsegment lopen de prijzen van speciale 911-modellen op van 1,5 tot meer dan 4 miljoen dollar. Daar wil Porsche graag een graantje van meepikken.

Terwijl de wereldwijde auto-industrie zich verliest in een wedloop om meer vermogen en steeds grotere aanraakschermen, woedt op de achtergrond een heel andere strijd. Een strijd om passie, exclusiviteit en vooral hoge marges per auto. Centraal staat Porsche AG. De constructeur uit Stuttgart zou recent geprobeerd hebben om twee van de meest prestigieuze restomodbouwers ter wereld over te nemen: het Californische Singer Vehicle Design en het Duitse RUF Automobile.

Het resultaat? Twee keer kreeg Porsche de deur op de neus. Een dubbele strategische afwijzing die veel zegt over de spanning tussen de logica van een grote autofabrikant en die van exclusieve, onafhankelijke autobouwers.

1. De gesloten deur in Los Angeles

Volgens gezamenlijke berichtgeving van WirtschaftsWoche en Road & Track richtte Porsche zich eerst op de Amerikaanse westkust. Het doelwit was Singer Vehicle Design. Al meer dan vijftien jaar bouwt het bedrijf van Rob Dickinson Porsche 964’s om tot mechanische kunstwerken. De prijzen lopen op van 1,5 tot meer dan 4 miljoen dollar per auto.

Dat levert niet alleen stevige marges op, maar ook een enorme merkwaarde. En precies dat maakt Singer interessant voor Porsche. In Los Angeles kwam er echter snel een duidelijk antwoord. Geen lange onderhandelingen of astronomische biedingen die maandenlang door advocaten werden bestudeerd. Porsche kreeg wat de Duitse pers een “Abfuhr” noemt: een duidelijke en definitieve weigering.

Singer zit bovendien voor de komende vijf jaar tegen zijn productiecapaciteit aan. Een verkoop aan Porsche zou volgens die redenering net het onafhankelijke atelierkarakter kunnen aantasten dat Singer zo waardevol maakt. De afwijzing komt er na een periode waarin de relatie tussen beide bedrijven al complex was. Begin 2024 belandden Porsche en Singer nog tegenover elkaar in de rechtbank wegens intellectuele eigendom en het gebruik van logo’s. Porsche trok de klacht snel weer in en beide partijen bereikten discreet een akkoord.

Eind 2025 volgde een pragmatischere relatie. Porsche Motorsport North America stemde er zelfs mee in motoren te assembleren volgens de specificaties van Singer. Een technische samenwerking dus, maar nog mijlenver verwijderd van een overname.

2. RUF verdedigt zijn onafhankelijkheid

Na de afwijzing in Los Angeles zou Porsche zijn blik op Duitsland hebben gericht. Midden augustus 2026 doken geruchten op over vergevorderde gesprekken met Alois Ruf over de overname van RUF Automobile. Het idee van Stuttgart zou duidelijk zijn geweest: RUF omvormen tot een uiterst exclusief submerk voor handgebouwde sportwagens met verbrandingsmotor. Een merk boven de gewone Porsche-modellen.

Maar RUF is geen gewone tuner. Het bedrijf geldt sinds 1981 als zelfstandig autoconstructeur en gebruikt zijn eigen chassisnummers. Het bouwde bovendien legendarische modellen zoals de CTR Yellowbird. Op 14 augustus 2026 volgde een bijzonder duidelijke reactie van RUF: “RUF is not for sale. Reports suggesting otherwise are false.”

Porsche beperkte zich volgens Duitse media vervolgens tot een eenvoudig “geen commentaar”. Daarmee leek ook deze toenaderingspoging voorbij. De familiedynastie achter RUF, die al meer dan 80 jaar actief is, koos nadrukkelijk voor haar onafhankelijkheid.

3. Strategie 2035: waarom kijkt Porsche naar restomods?

Waarom zou Porsche in 2025 en 2026 plots interesse tonen in bedrijven die het vroeger vooral vanop afstand bekeek? Een deel van het antwoord ligt bij Michael Leiters. Hij kwam begin 2026 aan het hoofd van Porsche AG. Porsche kampt met druk op zijn winstgevendheid. Volgens sommige financiële bronnen zakte de operationele marge in 2025 tot ongeveer 1,1 procent. Tegelijk vertraagde de verkoop van elektrische modellen.

Leiters reageerde met zijn “Strategy 2035”. Recordvolumes zijn niet langer het hoofddoel. Voortaan geldt “Value over Volume”.

    • Maximale marge per auto: Porsche zou tegen het einde van het decennium opnieuw mikken op een operationele marge van 10 tot 15 procent. Dat kan zelfs wanneer de wereldwijde verkoop rond 200.000 auto’s per jaar blijft.

    • Een eenvoudiger volumegamma: minder varianten van reguliere modellen, maar meer uiterst gelimiteerde en sterk gepersonaliseerde series.

    • De verbrandingsmotor blijft: benzine- en hybrideaandrijvingen zouden in het hogere segment tot in de jaren 2030 een belangrijke rol blijven spelen.

Binnen zo’n strategie lijkt de restomodmarkt bijzonder aantrekkelijk. Singer en RUF verkopen auto’s voor 1,5 tot meer dan 4 miljoen euro. Bovendien lopen de wachtlijsten meerdere jaren op. Voor Porsche is het moeilijk te negeren dat onafhankelijke spelers zulke bedragen verdienen met auto’s die voortbouwen op de 911. Stuttgart wil duidelijk zelf een groter deel van die zeer lucratieve markt.

4. Porsche wil controle over zijn eigen verhaal

Naast het financiële aspect zijn er nog drie strategische redenen waarom Porsche interesse zou hebben in de wereld van exclusieve restomods.

    • De strijd om het Porsche-verhaal: voor een groeiende groep vermogende verzamelaars is de ultieme 911 niet noodzakelijk de nieuwste Porsche uit Zuffenhausen. Auto’s zoals de Singer DLS of RUF CTR3 worden steeds vaker gezien als de puurste interpretatie van het Porsche-idee. Voor Porsche dreigt zo het statuut van “bewaker van de traditie” deels naar onafhankelijke spelers te verschuiven.

    • Nieuwe concurrenten in het topsegment: Singer en RUF zijn niet langer alleen. Nieuwe projecten duiken op in het uiterst exclusieve restomodsegment. Een voorbeeld is Aerfal met de AE94 op basis van de Porsche 964. Die auto kost bijna 3,5 miljoen dollar en verwijst naar de legendarische 904 Carrera GTS. Dat toont hoeveel rijke verzamelaars bereid zijn te betalen. Voor Porsche dreigt dat geld weg te vloeien van programma’s zoals Exclusive Manufaktur en Sonderwunsch.

    • Een emotioneel tegengewicht voor elektrische auto’s: exclusieve modellen met verbrandingsmotor hebben ook een grote marketingwaarde. Een aparte divisie voor “halo cars” zou Porsche toelaten om de liefhebbers van analoge sportwagens te blijven aanspreken. Tegelijk kan de rest van het gamma verder elektrificeren.

De mislukte toenaderingen tot Singer en RUF tonen ook de grenzen van de financiële slagkracht van grote autofabrikanten. Singer bouwde zijn reputatie op creatieve vrijheid en onafhankelijkheid. RUF dankt zijn status dan weer aan zijn eigen technische ontwikkeling en officiële erkenning als constructeur in Duitsland.

Hoofdredacteur Le Moniteur Automobile

Nieuws

Aanbevolen nieuwsberichten