Vanaf 1 september 2026 verandert de technische keuring in Vlaanderen grondig. Gewone personenwagens moeten in principe nog maar om de twee jaar naar de keuring, ongeacht leeftijd of kilometerstand. Een verzekeringsbewijs voorleggen hoeft niet meer, een aparte keuring na de montage van een trekhaak verdwijnt en bij een groot gebrek krijgt de eigenaar voortaan maximaal twee maanden om het voertuig te laten herstellen en opnieuw aan te bieden.
Daarmee wil Vlaanderen de keuring eenvoudiger maken. Minder wachttijden, minder administratie, minder extra afspraken. Een hervorming die veel automobilisten waarschijnlijk zullen toejuichen. Toch is het debat daarmee niet afgerond. Zeker niet voor wie dagelijks ziet wat er op een keuringslijn naar boven komt.
Veiligheid is zelden populair
Bart Rassaerts is preventieadviseur bij AIBV, een van de zes erkende groepen van autokeuringscentra in België. Hij kijkt met duidelijke reserve naar de hervormingen. Niet omdat hij tegen verandering is, zegt hij, maar omdat de keuring volgens hem meer doet dan formulieren afvinken.
“Niemand rijdt graag naar de autokeuring. Ik ook niet. Aanschuiven, plannen, wachten: het hoort bij de minst geliefde afspraken”, stelt Rassaerts. “Maar na ruim twintig jaar in deze sector weet ik één ding zeker: veiligheid is zelden populair op het moment dat ze ons tijd kost. Ze telt pas wanneer het te laat is.”
Een schoolbus die eerder in Londerzeel werd afgekeurd, bleek een remklauw te hebben die nog maar door één van de zes bouten werd vastgehouden. Van buitenaf was dat niet zichtbaar. Pas onder de bus bleek hoe ernstig het probleem was. “Dat is wat een inspecteur doet: zien wat verborgen blijft”, zegt Rassaerts. “Versleten banden, remmen die ongelijk aangrijpen, een uitstoot die niet klopt. Dat zijn geen details voor technici, maar dikwijls het verschil tussen nog kunnen stoppen voor een kind en er niet meer op tijd raken.”
Twee maanden bij een groot gebrek
Een van de meest besproken wijzigingen is de langere termijn voor herkeuring. Wie bij de technische keuring een groot gebrek krijgt vastgesteld, heeft vanaf 1 september maximaal twee maanden om het voertuig te herstellen en opnieuw aan te bieden. Vandaag is dat vijftien dagen.
Die langere termijn kan bestuurders meer ademruimte geven. Herstellingen plannen is niet altijd eenvoudig, zeker niet wanneer onderdelen moeten worden besteld of garages volgeboekt zijn. Maar de vraag blijft wat er in die tussenperiode met het voertuig gebeurt. Rassaerts noemt dat precies de kern van zijn bezorgdheid. “Een rem die hapert, vraagt niet om geduld”, klinkt het. “Klantvriendelijkheid mag nooit betekenen dat we minder kijken naar wat levens kan kosten.”
Tweedehandskeuring onder druk
Ook de tweedehandskeuring verdwijnt vanaf 1 januari 2027 bij verkoop binnen België. Voor ingevoerde voertuigen blijft de controle wel verplicht, en de Car-Pass blijft bestaan. Toch verandert er veel. Een koper zal bij een Belgische tweedehandswagen niet langer automatisch kunnen rekenen op een recente technische controle vóór de verkoop.
Volgens de Vlaamse logica moet dat de verkoop eenvoudiger maken. Volgens critici wordt vooral de bescherming van kopers zwakker, zeker wanneer een voertuig zonder wettelijke garantie wordt verkocht. Rassaerts formuleert het scherp: “Een auto wordt toch niet onveiliger omdat hij van eigenaar verandert? Dat klopt, alleen verkopen mensen hun wagen net wanneer de kosten eraan komen. De koper ziet de glimlach, de glans op de motorkap, de inspecteur ziet wat daaronder zit.”
Hervormen mag, maar meten eerst
De discussie gaat dus niet over de vraag of de autokeuring gebruiksvriendelijker kan. Dat kan ze zeker. Digitalisering, betere spreiding van afspraken, duidelijkere communicatie en minder overbodige formaliteiten zijn moeilijk te betwisten. Maar de gevoeligste vraag is een andere: weet Vlaanderen voldoende wat het effect van deze hervorming zal zijn op de verkeersveiligheid?
Volgens Rassaerts ontbreekt precies daar een belangrijk element. “Wat mij het meest verontrust: voor deze hervorming antwoordde de minister in het parlement dat er geen afzonderlijke studie naar de impact op de verkeersveiligheid is uitgevoerd. Beslissen over verkeersveiligheid zonder vooraf de gevolgen ervan te meten, dat is geen vereenvoudiging. Het is gokken met andermans leven.”
Minder regels, meer verantwoordelijkheid
De nieuwe Vlaamse regels vertrekken vanuit een herkenbare frustratie. Automobilisten willen minder gedoe, minder wachttijd en minder kosten. Dat is begrijpelijk. Maar een versoepeling van controles schuift ook meer verantwoordelijkheid naar eigenaars, verkopers en kopers.
Bij goed onderhouden auto’s zal de praktische impact misschien beperkt blijven. Bij oudere voertuigen, slecht onderhouden wagens of tweedehandsauto’s met verborgen gebreken kan het verschil groter zijn. Rassaerts verzet zich niet tegen hervorming op zich. “Hervorm, digitaliseer, vereenvoudig”, zegt hij. “Maar doe dat met respect voor de burger én voor de mensen op de keuringsvloer. Knip niet in de onafhankelijke controle alsof veiligheid een overbodig regeltje is.”
De kern van het debat
De hervorming van de Vlaamse autokeuring zal voor veel bestuurders aanvoelen als een verlichting. Minder vaak naar de keuring is praktisch. Minder administratie is welkom. Meer tijd voor herstelling kan realistisch zijn. Maar de vraag is niet alleen of de procedure eenvoudiger wordt. De vraag is ook wat er verdwijnt wanneer controles minder frequent worden. Zeker omdat technische gebreken niet altijd zichtbaar zijn voor bestuurders, kopers of verkopers.
“Verkeersveiligheid begint niet bij de botsing”, besluit Rassaerts. “Ze begint veel vroeger: in een keuringslijn, bij iemand die durft zeggen dat iets niet veilig is.”
Lees de volledige uiteenzetting van Bart Rassaerts in de volgende AutoGids, in de krantenwinkel vanaf 28 augustus.
