De eeuwige en niet-aflatende strijd tussen de drie Duitse premiummerken begint hoe langer hoe meer weg te hebben van een innovatiewedloop. Nu is er op zich niks mis met vernieuwing, integendeel, maar wel als dat uitdraait in een zoektocht naar steeds meer zinloze spielereien – wat nu precies het nut is van een gepersonaliseerde animatie in de ledkoplampen wanneer je de deuren ontgrendelt, moet iemand ons toch nog eens komen uitleggen.
Bovendien kosten al die snufjes handenvol geld om te ontwikkelen (waarbij dan ook nog eens de kosten komen van alle wettelijke verplichtingen en bekommernissen rond ecologie en cybersecurity errond). Dat moet natuurlijk ergens gecompenseerd worden. In dit geval lijkt de afwerking het gelag te betalen, want die is niet meer zo hoogstaand als vroeger.
Hoezo, premium?
De gebruikte materialen voor het interieur zijn minder degelijk dan in vroegere Audi’s: tik er met je vuist tegenaan en je hoort dat het veelal gewoon om harde kunststoffen gaat. Niet meteen ons idee van ‘premium’... En ook al beseffen we dat die kritiek ook opgaat voor de andere luxemerken (op Lexus na misschien), toch hebben we tijdens deze test meermaals met weemoed teruggedacht aan de smetteloze Audi-interieurs uit vroegere tijden. Gelukkig is de rijhouding nog altijd uitstekend, mede door de ruime afstelmogelijkheden voor stuur en stoel.
Handig is ook de personaliseerbare knop op het stuurwiel, die je kunt programmeren om al die vreselijke (maar wettelijk verplichte) rijassistenten de mond te snoeren. De binnenruimte is niet uitzonderlijk, maar volstaat voor vier personen. Inderdaad, vier, geen vijf: de achterbank mag dan al 10 centimeter verschuifbaar én verstelbaar zijn, ze is duidelijk slechts voor twee personen ontworpen. De middelste plaats is aanzienlijk smaller, en bovendien zit de erg hoge aandrijftunnel er in de weg voor je voeten. Een laadvolume van 520 liter onder het bagagescherm is geen record in deze klasse, maar nog altijd ruim voldoende.