Standaard staat de Mercedes GLB op achttienduimvelgen met banden in de maat 215/60 vooraan en 235/50 achteraan. Kies je voor de AMG Line-uitvoering, dan wordt dat minimaal negentien duim en respectievelijk 235/55 en 255/40. Onze AMG Line-testauto had die negentienduimers echter ingeruild voor twintigduimvelgen, een optie van minimaal 847 euro die verplicht samengaat met de adaptieve schokdempers van ook nog eens 750 euro. Bemerk trouwens dat die verplichting in twee richtingen geldt: wil je die actieve dempers, dan moet je er ook die grote twintigduimwielen bij nemen. In alle andere scenario’s werken de vier programmas van de Dynamic Select (Comfort, Sport, Eco en Individual) enkel op de respons van het gaspedaal en het stuur.
Hoe de GLB rijdt met het passieve onderstel, moeten we je dus schuldig blijven, maar met die adaptieve demping maakt de Comfort-stand haar naam alvast helemaal waar. Zowel kleine als grote wegoneffenden worden moeiteloos verteerd. Zeker op een goed wegdek is het rijcomfort magistraal, met dat gevoel dat je volledig afgeschermd bent van de buitenwereld. Een indruk die natuurlijk ook in de hand wordt gewerkt door de stilte die in de auto heerst, al moeten we daar wel een kanttekening bij maken. Een GLB klieft door zijn opbouw namelijk minder gezwind door de lucht, en vanaf 90 à 100 km/u zijn hier stroomlijngeluiden hoorbaar rond de buitenspiegels en de voorruitstijlen. Al mogen we het ook niet erger maken dan het is: de stilte in deze elektrische GLB voldoet helemaal aan het beeld dat je van een Mercedes hebt.
Liever comfortabel
Dat het stuur in die Comfort-modus wat te licht uitvalt? Dat valt makkelijk op te lossen door in het Individual-programma de stuurbekrachtiging op Sport te zetten en alle andere parameters op Comfort te laten staan. Voor gezinsgebruik is dat misschien wel het beste compromis... Ben je meer van de gehaaste rijstijl, of heb je een bochtig parcours voor de boeg, dan tonen die Comfort-instellingen evenwel hun limieten. De GLB gaat dan nadrukkelijker rollen en stampen, met zelfs af en toe wat pompneigingen. Niks dat je echter niet kunt oplossen door ook de ophanging in de Sport-modus te flikkeren. Die wordt trouwens nooit buitensporig hard en vormt dus een prima compromis.
Laat je echt de zweep knallen, dan biedt ook die Sport-stand echter geen soelaas. De GLB gaat dan alsnog overhellen en over zijn voorwielen wegschuiven in bochten, als herinnering dat hij niet gemaakt is voor dergelijke ongein. Vijf, zes of zeven inzittenden vervoeren in een optimaal comfort en de grootste sereniteit, dat is meer zijn ding. En in dat werk is de GLB een echte uitblinker. Zo bekeken zijn de 272 pk en 335 Nm van de 250+ dan ook ruimschoots voldoende. Belangrijk daarbij is dat al dat vermogen en koppel heel geleidelijk wordt vrijgegeven; van het aan-uiteffect dat zo typisch is voor veel overpotente EV’s is hier geen sprake. Wel zo aangenaam in de dagelijkse praktijk.
Hetzelfde geldt voor de modulatie van de remenergierecuperatie, die je regelt met spatels aan het stuur, van een freewheelstand tot een volwaardige – en uitermate zachte – eenpedaalmodus. Je kunt ook kiezen voor een automatische stand, waar de auto zelf de mate van motorrem aanpast aan de geldende snelheidslimieten, de input van het navigatiesysteem of de afstandssensoren. Die Auto-stand werkt zo goed dat je in de praktijk amper nog het rempedaal nodig hebt en alle vertragingen regelt met enkel het rechterpedaal. Knap werk, en net in dat soort fijnslijperij hebben Europese merken vaak nog een streepje voor op hun Chinese concurrenten, waar dergelijke systemen doorgaans wat minder fijngevoelig te werk gaan.