Met zijn forse wielbasis, zijn brede sporen en zijn oordeelkundig afgestelde ophanging kan de Kia K4 pronken met een erg overtuigend weggedrag. Om te beginnen is de rijhouding vrijwel perfect, met een lage zit (een heel verschil met de hoge rijhouding van de gemiddelde SUV) die rechtstreeks bijdraagt tot de feeling zodra je de zweep wat laat knallen.
Het stuur valt perfect in de hand en bedient een nauwkeurige vooras – maar altijd sereen, van buitensporige nervositeit is geen sprake. Ook de rechtuitstabiliteit is onverstoorbaar, wat lange snelwegritten des te aangenamer maakt en op die manier bijdraagt tot het veelzijdige karakter van deze K4.
Hem sportief noemen gaat een brug te ver, maar deze Kia trakteert onderweg wel op een rijplezier waarmee de Koreaan moeiteloos naast een Peugeot 308 kan gaan staan, in deze klasse toch vaak genoemd als de benchmark op dat vlak. De Fransman behoudt wel een streepje voor wat de filtering van dwarsnaden of putdeksels betreft, maar de Koreaan scoort op dat vlak ook bij de betere middenmoot en kan uiteindelijk terugvallen op een uitzonderlijk evenwicht tussen precisie en rijcomfort. Oké, er zijn zowel snediger concurrenten (Honda Civic) als zachtere (Citroën C4), maar het compromis dat Kia uitdokterde voor de K4, is bijzonder plezant, en tegelijk ook geruststellend.
Alleen van de meerwaarde van de rijprogramma’s zijn we niet echt overtuigd: de drie standen (Eco, Normal en Sport) liggen veel te dicht bij elkaar. Voor de rest maken het zuiver reagerende stuur en de snelle gerobotiseerde versnellingsbak van deze K4 een prima langeafstandsreiziger, maar dan wel eentje die niet vies is van het betere stuurwerk onderweg.