Samenvatting nieuwe Alpine A110
- Eerste blik op het design van de derde generatie
- Nieuw APP-platform met 800V-techniek en twee elektromotoren achteraan
- Alpine mikt op minder dan 1.500 kg
Na de originele Berlinette en de in 2017 geïntroduceerde moderne A110 staat Alpine voor de derde generatie van zijn bekendste model. De huidige A110 is intussen uit productie: van die tweede generatie bouwde de fabriek in Dieppe 28.701 exemplaren. Ook zijn elektrische opvolger zal daar van de band rollen.
Hoe die nieuwe A110 eruitziet, houdt Alpine voorlopig nog grotendeels geheim. Een nieuwe sculptuur onder een strakgespannen blauwe doek geeft nu wel een eerste indruk van de uiteindelijke proporties. De echte auto krijgen we later, mogelijk pas in 2027 te zien; de sculptuur staat vanaf 12 oktober op het Autosalon van Parijs.
1. Eerste blik op de derde generatie A110
Veel concrete details laat de sculptuur bewust nog niet zien, maar de belangrijkste verhoudingen zijn wel herkenbaar. De volgende A110 blijft een lage tweezits sportwagen met een compacte cockpit, uitgesproken wielkasten en een sterk aflopende achterzijde. Ook enkele typische A110-kenmerken keren terug. Alpine spreekt over een V-vormige neus, een dubbele lichtsignatuur en een cockpit die als een druppel tussen de wielkasten ligt. De lijn van de lage neus naar de achterkant wordt strakker dan bij het huidige model.

Dat betekent niet dat het design simpelweg een elektrische kopie wordt van de huidige A110. De nieuwe proporties worden mee bepaald door een compleet andere technische architectuur. De ontwikkelingswagen die Alpine afgelopen zomer op Goodwood liet rijden, gebruikte daarom nog wel een aangepaste carrosserie van de huidige A110, maar was al verlengd om de nieuwe techniek onder te brengen.
2. Nieuw APP-platform met twee motoren achteraan
Onderhuids verandert vrijwel alles. De nieuwe A110 wordt het eerste model op Alpines nieuwe APP-platform, voluit Alpine Performance Platform. Dat is een modulaire elektrische architectuur die later ook andere koetswerkvormen kan dragen, waaronder een spider en een 2+2.

Van de techniek weten we dankzij de A110 Future-testwagen al behoorlijk wat. Die gebruikt een 800V-batterijsysteem waarbij het accupakket niet als één dikke plaat onder de vloer ligt. Alpine verdeelt de batterij over twee zones: ongeveer 25% vooraan en 75% achteraan. Daarmee probeert het merk de zitpositie en totale hoogte laag te houden.
Achteraan zitten twee afzonderlijke elektromotoren, één per wiel. Via Active Torque Vectoring 2.0 kan de aandrijfkracht daardoor onafhankelijk over beide achterwielen worden verdeeld. Alpine zegt dat de techniek specifiek wordt ontwikkeld om onderstuur te beperken en de auto ook bij accelereren en gas lossen actief te sturen met het motorkoppel. Over vermogen en batterijcapaciteitgeeft Alpine voorlopig nog geen cijfers, het WLTP-rijbereik zou rond de 550 km liggen.
3. Elektrisch, maar liefst minder dan 1.500 kg
De grote uitdaging ligt dan ook niet bij het vermogen, maar bij het gewicht. De huidige A110 maakte naam door haar bijzonder lage massa, iets wat met een groot batterijpakket veel moeilijker te realiseren is. Volgens een interview dat we eerder dit jaar hadden met Alpine-baas Philippe Krief mikt Alpine voor de nieuwe elektrische A110 op een gewicht van minder dan 1.500 kilogram. Dat zou voor een elektrische sportwagen opmerkelijk laag zijn.

Hoe dicht Alpine uiteindelijk bij dat streefgewicht komt, weten we pas wanneer de productieversie volledig wordt onthuld. De eerste contouren maken in elk geval duidelijk dat het merk niet van plan is om van de volgende A110 zomaar een zware elektrische GT te maken. Het batterijpakket moet daarbij zelf een deel van de oplossing vormen. De cell-to-packconstructie zit in een gegoten aluminium behuizing die mee bijdraagt aan de structurele stijfheid van de auto, waardoor elders gewicht kan worden bespaard.
